ECLI:NL:GHARL:2024:7733
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige ondanks hoger beroep moeder
De moeder is in mei 2022 geplaatst in een blijf-van-mijn-lijf-huis en haar zoon, de minderjarige, is in 2022 geboren. Vanwege ernstige zorgen over veiligheid en opvoeding, waaronder huiselijk geweld en loverboyproblematiek, is de minderjarige sinds augustus 2022 onder toezicht gesteld en meerdere malen uit huis geplaatst.
De kinderrechter verleende in mei 2024 spoedmachtigingen tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een pleeggezin, welke later werden bekrachtigd. De moeder stelde hoger beroep in tegen deze beschikkingen, verzoekt vernietiging en een ouderschapsbeoordeling. Het hof oordeelt dat de spoedmachtiging terecht was vanwege de onveiligheid en het ontbreken van een stabiele opvoedingssituatie, mede door de vermissing van moeder en kind.
Het hof verklaart het hoger beroep tegen de bekrachtiging van de spoedmachtiging niet-ontvankelijk omdat de wet geen nieuwe beschikking vereist na het horen van belanghebbenden. De machtigingen tot uithuisplaatsing worden bekrachtigd en het verzoek tot ouderschapsbeoordeling wordt afgewezen omdat deze niet bijdraagt aan de beoordeling van de rechtmatigheid van de beslissingen op het moment van afgifte.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtigingen tot uithuisplaatsing en verklaart het hoger beroep van de moeder deels niet-ontvankelijk en wijst haar overige verzoeken af.