Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn de ouders van de minderjarige, die bij de moeder en stiefvader woont. De stiefvader verzocht samen met de moeder om adoptie van de minderjarige, maar de rechtbank wees dit verzoek af. Het hof bevestigt deze afwijzing in hoger beroep.
De wettelijke voorwaarden voor stiefouderadoptie, zoals opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 BW, vereisen onder meer dat het kind in het belang wordt geadopteerd en dat de vader het verzoek niet tegenspreekt, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn. Het hof oordeelt dat niet is vastgesteld dat het kind niets meer van de vader te verwachten heeft en dat de vader het verzoek in eerste aanleg heeft tegengesproken.
Hoewel de minderjarige de adoptie wenst, weegt het hof mee dat kinderen in dergelijke situaties afhankelijk zijn van de informatie van de verzorgende ouder en dat het uiten van een afwijkende mening als disloyaal kan worden ervaren. De moeder is gehouden aan de informatieverplichting jegens de vader. Het hof concludeert dat het verzoek niet kan worden toegewezen en bekrachtigt de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot stiefouderadoptie wegens het ontbreken van het belang van het kind en het blijven bestaan van tegenspraak van de vader.