ECLI:NL:GHARL:2024:7897

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 december 2024
Publicatiedatum
23 december 2024
Zaaknummer
Wahv 200.345.255/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WahvArt. 3:41 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:17 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen beslissing officier van justitie wegens te late indiening

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaarde vanwege te late indiening.

De betrokkene stelde dat het eerste beroepschrift op tijd was ingediend, maar dat hij geen antwoord had ontvangen. Het hof stelde vast dat het beroepschrift van de gemachtigde op tijd was ontvangen en dat de beslissing van de officier van justitie correct aan de gemachtigde was toegezonden, waardoor de beroepstermijn correct was gestart.

Het tweede beroepschrift, ingediend op 19 november 2023, was na het verstrijken van de termijn en werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er was geen verschoonbare reden voor de te late indiening. Het hof kon daarom de inhoudelijke bezwaren niet beoordelen.

Daarnaast wees het hof erop dat de advocaat-generaal opdracht had gegeven de eerste verhoging van €140,- ongedaan te maken en terug te storten.

Het gerechtshof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens te late indiening.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.345.255/01
CJIB-nummer
: 258433551
Uitspraak d.d.
: 23 december 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 27 juni 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingesteld.
2. De betrokkene is, naar het hof begrijpt, van mening dat de kantonrechter niet juist heeft beslist en voert daartoe aan dat het beroepschrift tegen de inleidende beschikking schriftelijk werd ingediend op 25 juni 2023 en dat hij daarop geen antwoord heeft ontvangen. Het tweede beroepschrift is verstuurd op 19 november 2023.
3. Tegen de beslissing van de officier van justitie kan binnen zes weken beroep worden ingesteld. Dat volgt uit artikel 9, eerste lid, van de Wahv en de artikelen 3:41, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het instellen van beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing is bekend gemaakt.
4. Van de betrokkene is op 25 juli 2023 een beroepschrift, gericht tegen de inleidende beschikking, ontvangen door de officier van justitie. Op 24 augustus 2023 is door de officier van justitie een ontvangstbevestiging verstuurd naar de betrokkene. Vervolgens heeft mr. Lagas (Appjection B.V.) op 28 augustus 2023 eveneens een beroepschrift ingediend tegen de inleidende beschikking. Daarbij is een machtiging overgelegd, ondertekend door de betrokkene. De officier van justitie heeft het beroep tegen de inleidende beschikking terecht opgevat als ingesteld door gemachtigde mr. Lagas namens de betrokkene.
5. Ingevolge artikel 6:17 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zendt het orgaan dat bevoegd is op het beroepschrift te beslissen, indien iemand zich laat vertegenwoordigen, de op de zaak betrekking hebbende stukken in ieder geval aan de gemachtigde.
6. De beslissing van de officier van justitie op het ingestelde beroep is op 5 september 2023 aan de gemachtigde toegezonden. Daarmee is de beslissing op de juiste wijze bekend gemaakt. Dat aan de betrokkene zelf de beslissing op het door hem ingediende beroepschrift niet is toegezonden doet daaraan niet af.
7. De beroepstermijn eindigde dus op 17 oktober 2023. Het beroepschrift is gedateerd 19 november 2023 en op deze datum via het Digitaal Loket Verkeer ingezonden. Het beroep is dan niet tijdig ingesteld. Er is niet gebleken dat dit verschoonbaar is. De kantonrechter heeft het beroep dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hof kan de bezwaren van de betrokkene tegen de opgelegde sanctie niet beoordelen.
8. Het hof wijst er op dat de advocaat-generaal opdracht heeft gegeven de eerste verhoging van 21 augustus 2023 ad € 140,- (alsnog) ongedaan te maken en terug te storten.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.