De moeder verzocht de rechtbank en vervolgens het gerechtshof om haar eenhoofdig gezag over de minderjarige kinderen toe te kennen en vervangende toestemming te verlenen voor verhuizing naar Amerika, waar haar echtgenoot woont. De kinderen hebben sinds juni 2024 geen contact meer met de vader. De rechtbank wees deze verzoeken af, en het hof bevestigt deze beslissing.
Het hof oordeelt dat het gezamenlijk gezag nog niet kan worden beëindigd omdat de samenwerking tussen ouders slecht is, maar het traject parallel-solo-ouderschap nog niet voldoende is doorlopen. De raad voor de kinderbescherming adviseert dit traject alsnog te volgen.
Ten aanzien van de verhuizing stelt het hof dat het contact tussen vader en kinderen hersteld moet worden en dat verhuizing naar Amerika dit contactherstel juist belemmert. De belangen van de kinderen bij contact met de vader wegen zwaarder dan het belang van de moeder om in Amerika te wonen. Daarom wijst het hof het verzoek af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.