Uitspraak
[klager] ,
klager,
[beklaagde 1] , [beklaagde 2] , [beklaagde 3] , [beklaagde 4]
beklaagden.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 12 december 2024 een beschikking gegeven waarin het verzoek van het openbaar ministerie tot bewilliging van afzien van vervolging is toegewezen. De zaak betreft strafbare feiten van discriminatie en bedreiging gepleegd op en na 18 november 2017.
De klacht werd ingediend in juni 2020, waarna het hof het openbaar ministerie diverse malen verzocht nader onderzoek te verrichten, waaronder het achterhalen van identiteiten en het horen van betrokkenen. Het openbaar ministerie weigerde dit nader onderzoek uit te voeren, waarna het hof bij beschikking van juni 2022 een bevel tot vervolging gaf met last tot onderzoekshandelingen door de rechter-commissaris. Dit onderzoek is echter niet uitgevoerd en de zaak bleef onverklaarbaar liggen bij het parket Midden-Nederland.
Door dit tijdsverloop is inmiddels de verjaringstermijn van zes jaar verstreken, waardoor het recht op strafvordering is vervallen. Het hof oordeelt dat het openbaar ministerie verantwoordelijk is voor het onnodige tijdsverlies en dat het wettelijk systeem geen ruimte laat om de verjaring terzijde te stellen. Daarom is een succesvolle vervolging niet meer mogelijk en wordt het bewilligingsverzoek toegewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst het verzoek tot bewilliging afzien van vervolging toe wegens verjaring van de strafbare feiten.