Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2024:8023

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 november 2024
Publicatiedatum
21 januari 2025
Zaaknummer
200.338.570/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 136 RvArt. 3:171 BWArt. 4:7 lid 1 sub d BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid vordering in reconventie wegens ondeelbare rechtsverhouding bij nalatenschap

Kop of Munt Laren B.V. trad op als executeur-afwikkelingsbewindvoerder in de nalatenschappen van twee overledenen en vorderde in reconventie van een erfgenaam betaling van de helft van onbetaalde facturen. De erfgenaam was tevens deelgenoot in de nalatenschap en trad in conventie op in die hoedanigheid.

De rechtbank verklaarde Kop of Munt Laren B.V. niet-ontvankelijk in haar reconventievordering omdat de rechtsverhouding ondeelbaar is en de vordering ook tegen de andere deelgenoot had moeten worden ingesteld. Kop of Munt Laren B.V. stelde in hoger beroep dat geen sprake was van een ondeelbare rechtsverhouding en dat haar vordering toewijsbaar zou zijn.

Het hof oordeelde dat de erfgenaam in conventie optrad als deelgenoot van de gemeenschap en dat een vordering in reconventie die de erfgenaam persoonlijk treft, niet mogelijk is op grond van artikel 136 Rv Pro. Daarom werd de niet-ontvankelijkheid van Kop of Munt Laren B.V. bevestigd en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Uitkomst: Kop of Munt Laren B.V. is niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering in reconventie en het vonnis van de rechtbank is bekrachtigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.338.570/01
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 557144
arrest van 19 november 2024
in de zaak van
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kop of Munt Laren B.V.,
die is gevestigd in Laren,
die hoger beroep heeft ingesteld,
en bij de rechtbank optrad als gedaagde in conventie en eiser in reconventie,
hierna:
Kop of Munt Laren B.V.,
advocaat: mr. S.L.D. van den Brink te Mijdrecht,
tegen
[geïntimeerde] in haar hoedanigheid van erfgename en deelgenoot in de nalatenschappen,
die woont in [woonplaats1] (Spanje),
en bij de rechtbank optrad als eiseres in conventie en verweerster in reconventie,
hierna:
[geïntimeerde],
tegen wie verstek is verleend.

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

Kop of Munt Laren B.V. heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de rechtbank in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, op 6 december 2023 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:
• de dagvaarding in hoger beroep
• de memorie van grieven.

2.De kern van de zaak

2.1
Kop of Munt Laren B.V. heeft in de periode van 1 oktober 2019 tot 17 maart 2022 werkzaamheden verricht als executeur-afwikkelingsbewindvoerder in de nalatenschappen van [erflaatster] (overleden op 1 augustus 2019) en [erflater] (overleden 8 december 2019). [geïntimeerde] en [naam1] zijn de kinderen van [erflaatster] en [erflater] . Bij dagvaarding van 12 mei 2023 is Kop of Munt Laren B.V. gedagvaard door [geïntimeerde] omdat zij vindt dat het door Kop of Munt Laren B.V. aan zichzelf uitgekeerde bedrag van € 131.369,89 ter zake gemaakte kosten dient te worden terugbetaald aan de erfgenamen. Kop of Munt Laren B.V. heeft in reconventie gevorderd om [geïntimeerde] te veroordelen om de helft van de nog onbetaald gebleven facturen van in totaal € 10.224,50, derhalve een bedrag van € 5.112,50, aan Kop of Munt Laren B.V. te voldoen.
2.2
In het bestreden vonnis van 6 december 2023 heeft de rechtbank in conventie aangekondigd een deskundige te zullen benoemen om de redelijkheid en hoogte van de door Kop of Munt Laren B.V. in rekening gebrachte kosten te beoordelen. In reconventie is Kop of Munt Laren B.V. niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, omdat volgens de rechtbank sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding. De factuur is op grond van artikel 4:7 lid 1 sub d BW Pro een schuld van de nalatenschap en omdat [geïntimeerde] en [naam1] beiden deelgenoot van de nalatenschap zijn had de vordering naar het oordeel van de rechtbank ook tegen [naam1] moeten worden ingesteld.
2.3
Kop of Munt Laren B.V. voert in hoger beroep aan dat geen sprake is van een ondeelbare rechtsverhouding, dat zij ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard en dat de vordering ook toewijsbaar zou zijn indien wel sprake zou zijn van een ondeelbare rechtsverhouding. Kop of Munt Laren B.V. wil daarom dat haar vordering alsnog wordt toegewezen.

3.Het oordeel van het hof

Art. 3:171 BW Pro biedt de mogelijkheid dat een deelgenoot op eigen naam een rechtsvordering tegen derden instelt ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap. Het hof constateert dat [geïntimeerde] bij de rechtbank in conventie in die hoedanigheid procedeert. De door Kop of Munt Laren B.V. ingestelde vordering in reconventie daarentegen treft [geïntimeerde] persoonlijk. Kop of Munt Laren B.V. beoogt immers een vonnis te verkrijgen waarmee zij zich op het persoonlijke vermogen van [geïntimeerde] kan verhalen. Art. 136 Rv Pro bepaalt echter dat een eis in reconventie niet mogelijk is indien de eiser in conventie is opgetreden in hoedanigheid, en de reconventie hem persoonlijk zou betreffen. Het hof is om die reden van oordeel dat, zij het op andere gronden dan de rechtbank, Kop of Munt Laren B.V. niet-ontvankelijk is in haar vordering. Het bestreden vonnis zal daarom worden bekrachtigd.

4.De beslissing

Het hof:
4.1
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 6 december 2023;
4.2
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. C. Koopman, G. van Rijssen en J.G. Knot, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
19 november 2024.