ECLI:NL:GHARL:2024:835

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 februari 2024
Publicatiedatum
5 februari 2024
Zaaknummer
Wahv 200.327.247
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 61a RVV 1990Artikel 11 Wahv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking mobiel elektronisch apparaat vasthouden tijdens rijden

De betrokkene kreeg een sanctie van €250 opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 3 april 2021 op de Rijksweg A4 in 's-Gravenhage. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat uit het zaakoverzicht onvoldoende blijkt dat betrokkene daadwerkelijk rijdend zijn telefoon vasthield. De ambtenaar die de overtreding constateerde, weigerde een aanvullende verklaring te geven. Het hof oordeelde dat het bewijs ontoereikend was om vast te stellen dat de gedraging had plaatsgevonden tijdens het rijden, zoals vereist volgens artikel 61a RVV 1990.

Het hof vernietigde daarom de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten aan de betrokkene. Hiermee werd de sanctie van €250 ingetrokken wegens gebrek aan bewijs.

Uitkomst: De sanctiebeschikking voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.327.247/01
CJIB-nummer
: 240489656
Uitspraak d.d.
: 5 februari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 20 februari 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 april 2021 om 15.22 uur op de Rijksweg (A4) in ‘s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep onder meer aan dat de betrokkene erbij blijft dat hij tijdens het rijden geen mobiele telefoon heeft vastgehouden. Uit het zaakoverzicht blijkt niet dat de betrokkene de telefoon daadwerkelijk rijdend heeft vastgehouden. Van besturen van een voertuig kan ook sprake zijn wanneer je stil staat. Nu uit de stukken niet blijkt dat aan alle bestanddelen genoemd in artikel 61a van het RVV 1990 is voldaan, kan de inleidende beschikking niet in stand blijven.
3.
Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik verbalisant zag dat de bestuurder een GSM in zijn rechterhand had. Ik zag dit tijdens het passeren op een afstand van ongeveer 5 meter. Ik had goed zicht op de bestuurder. (…)
Verklaring betrokkene: klopt. Ik ga niet in discussie.”
5. De advocaat-generaal heeft de ambtenaar (terecht) verzocht om een aanvullende verklaring, waarbij wordt ingegaan op de door de gemachtigde aangevoerde gronden. De ambtenaar heeft geweigerd om hieraan medewerking te verlenen.
6. Het hof is van oordeel dat hetgeen in het zaakoverzicht is opgenomen, onvoldoende is voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Het verbod van artikel 61a van het RVV 1990 beperkt zich tot die gevallen waarin de bestuurder van het voertuig rijdend aan het verkeer deelneemt. Het besturen van een voertuig is niet gelijkgesteld aan rijden, nu immers ook sprake kan zijn van het besturen van een voertuig wanneer er niet met het voertuig wordt gereden. Nu uit de gegevens in het zaakoverzicht niet blijkt dat de bestuurder van het voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield, kan de inleidende beschikking niet in stand blijven. Het hof zal als volgt beslissen.
7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal twee punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het (hoger) beroep € 875,-. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 875,- (= ( (2 x € 875,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 875,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.