ECLI:NL:GHARL:2024:922

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 februari 2024
Publicatiedatum
7 februari 2024
Zaaknummer
Wahv 200.329.748/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing kantonrechter inzake digitale handhaving voetgangersgebied Enschede

De betrokkene werd beboet voor het rijden in een voetgangersgebied te Enschede op 23 november 2021. De sanctie van €150,- werd opgelegd op basis van digitale handhaving door een buitengewoon opsporingsambtenaar, waarbij het plan van aanpak en het beleidskader digitale handhaving als grondslag dienden.

De betrokkene voerde aan dat het plan van aanpak niet was goedgekeurd door het College van Officieren van Justitie en dat niet was voldaan aan het beleidskader, waaronder het ontbreken van een waarschuwingsperiode en onvoldoende herkenbaarheid van het voetgangersgebied. Ook stelde hij dat er geen vooraankondigingsborden waren geplaatst en dat sprake was van een fuik.

Het hof stelde vast dat het plan van aanpak wel degelijk was goedgekeurd en dat een waarschuwingsperiode niet verplicht was gesteld. De wegindeling voldeed aan de eisen voor een voetgangersgebied met duidelijke afscheidingen en bebording. Er was geen sprake van een fuik, zodat vooraankondigingsborden niet verplicht waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €150,- voor rijden in een voetgangersgebied en wijst het beroep ongegrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.329.748/01
CJIB-nummer
: 246030827
Uitspraak d.d.
: 7 februari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 24 mei 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 18 januari 2024 is nadere informatie van de advocaat-generaal ontvangen. Een kopie daarvan is toegezonden aan de gemachtigde.
De zaak is behandeld op de zitting van 24 januari 2024. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 november 2021 om 06:52 uur op de Van Lochemstraat in Enschede met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene wijst op de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: Regeling). Uit de stukken volgt volgens de gemachtigde niet dat, zoals de Regeling eist, het CVOM met het plan van aanpak heeft ingestemd. Nu niet aan de Regeling is voldaan, is ofwel de ambtenaar niet bevoegd ofwel ontbreekt voldoende wettelijke grondslag om te handhaven. Verder is niet voldaan aan het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaring en voetgangersgebieden (hierna: Beleidskader). De betrokkene heeft namelijk geen waarschuwingsbrief ontvangen. Ook is niet gebleken wanneer de beginperiode van het digitaal handhaven c.q. de waarschuwingsperiode is geweest, hoe lang die heeft geduurd en op welke wijze vorm is gegeven aan de verzending van de waarschuwingsbrieven. Uit het dossier volgt niet dat de waarschuwingsperiode in een algemeen proces-verbaal is vastgesteld door de gemeente. Verder is niet gebleken dat is voldaan aan het vereiste uit Beleidskader dat om digitaal te mogen handhaven in een voetgangersgebied, de wegindeling er ook uit dient te zien als een voetgangersgebied. Het wegdek op de pleeglocatie geeft niet voldoende de indruk dat sprake is van een trottoir gelet op het verschil in kleur van de klinkers. Tot slot zijn er geen vooraankondigingen geplaatst. Bij het eenmaal inrijden van het voetgangersgebied kunnen bestuurders al niet meer omkeren, het kwaad is dan al geschied.
3.
De onder 1. vermelde gedraging betreft een overtreding van artikel 10, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Uit de gegevens in het zaakoverzicht blijkt dat de gedraging geautomatiseerd is geconstateerd en op een digitale foto is vastgelegd door een camera. Er is dus sprake van digitale handhaving. De sanctie is blijkens de gegevens in het zaakoverzicht opgelegd door een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) van het domein Openbare ruimte.
4. De ten tijde van de gedraging geldende Regeling bepaalde ten aanzien van de bevoegdheid van de boa Openbare ruimte in de bij deze Regeling behorende bijlage, voor zover hier van belang, het volgende:
“De boa Openbare ruimte is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet. (…)
Voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer: de artikelen (…) 10 (…) RVV (…).
Digitaal handhaven is slechts mogelijk op overtreding van het RVV en na instemming van het Openbaar Ministerie. Een aanvraag tot instemming wordt getoetst aan de door het Openbaar Ministerie hiertoe vastgestelde kaders. De toepasselijke kaders zijn te vinden op www.om.nl/digitaalhandhavenRVV;”.
5. Uit de door de advocaat-generaal overgelegde stukken blijkt dat in het verleden ter plaatse sprake was van een geslotenverklaring, aangeduid met C-borden. Vanaf 2019 werd deze geslotenverklaring digitaal gehandhaafd. Tot en met 1 september 2019 gold een waarschuwingsperiode. Na deze datum is begonnen met daadwerkelijke handhaving. Op enig moment ontstond bij de gemeente Enschede de wens om ter plaatse een voetgangersgebied in te richten. De C-borden zijn vervangen door G-borden. Het besluit daartoe is genomen op 15 juli 2020. De fysieke realisatie vond plaats in september 2020. De camera’s ten behoeve van de digitale handhaving zijn in die (overgangs)periode uitgeschakeld geweest.
6. Aan de officier van justitie is, met het oog op de digitale handhaving van de G-borden, een plan van aanpak voorgelegd. In het Plan van aanpak camerahandhaving - Voetgangersgebied binnenstad Enschede d.d. 19 augustus 2020 is onder meer het volgende opgenomen:
“De geslotenverklaring in de huidige situatie wordt al digitaal gehandhaafd. Met het instellen van een voetgangersgebied (met de genoemde uitzonderingen/toestemmingen) wijzigt er voor bestuurders van motorvoertuigen in de praktijk niets. Daarom wordt voorgesteld om in de opstartfase geen periode van coulance te hanteren.”
7. De advocaat-generaal heeft een afschrift van een verklaring van instemming van het openbaar ministerie d.d. 24 april 2023 overgelegd. Hierin wordt aangegeven dat het plan van aanpak is beoordeeld en akkoord bevonden. Verder is bevestigd dat door het Parket CVOM instemming is verleend om digitaal te mogen handhaven op een overtreding van het RVV 1990.
8. De advocaat-generaal heeft nadere informatie ingebracht met daarin een verklaring van een beleidsmedewerker van het Parket CVOM waaruit naar voren komt dat het plan van aanpak is getoetst aan het toenmalige Beleidskader en dat instemming is verleend in augustus 2021.
9. Er is derhalve instemming verleend vóór de onderhavige gedraging. De grond dat instemming ontbreekt en aldus niet is voldaan aan de Regeling faalt.
10.
Het hof stelt voorts vast dat in het plan van aanpak, waarmee de officier van justitie heeft ingestemd, geen waarschuwingsperiode is opgenomen. Aan een waarschuwingsperiode heeft de officier van justitie ook geen betekenis toegekend bij het verlenen van instemming.
11. Ook al zou het Beleidskader in een situatie als deze voorzien in een waarschuwingsperiode, dan maakt dit niet dat de officier van justitie hier instemming had moeten onthouden en dat de ambtenaar hier alleen bevoegd zou zijn om een sanctie op te leggen indien een waarschuwingsperiode in acht was genomen. Het hof wijst in dit verband op zijn arrest van
17 augustus 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6936.
12. De aangevoerde gronden ten aanzien van de waarschuwingsperiode en in het verlengde daarvan de waarschuwingsbrieven treffen derhalve evenmin doel.
13. Ten aanzien van de handhaving van het inrijden van voetgangersgebieden bevat het Plan van aanpak, in het verlengde van het Beleidskader, de aanvullende voorwaarde dat de wegindeling er moet uitzien als een voetgangersgebied. Hiermee wordt bedoeld dat geen sprake meer mag zijn van een rijbaan met trottoirs of dat bijvoorbeeld door het soort wegdek niet de indruk gegeven mag worden dat er sprake is van een rijbaan. Er moet ook een voor bestuurders duidelijk herkenbare scheiding zijn tussen de rijbaan en het begin van het voetgangersgebied.
14. Gelet op de foto’s die bij het verweerschrift zijn gevoegd, ziet naar het oordeel van het hof de wegindeling ter plaatse er uit als een voetgangersgebied. De gehele weg is bestraat met donkerrode klinkers. Bovendien is er een duidelijk herkenbare scheiding tussen de rijbaan en het begin van het voetgangersgebied, door middel van paaltjes, een grijs bestrate afscheidingslijn en de bebording inzake het voetgangersgebied. De dienaangaande door de gemachtigde aangevoerde grond faalt.
15. In het Beleidskader staat verder dat moet worden voorkomen dat bestuurders een fuik inrijden en daardoor bijna worden gedwongen de geslotenverklaring te negeren (het hof begrijpt: en/of het voetgangersgebied in te rijden). Het Plan van aanpak stelt in verband hiermee de bepaling dat waar nodig vooraankondigingen worden geplaatst om automobilisten te attenderen dat ze de afgesloten binnenstad naderen.
16. Naar het oordeel van het hof is in dit geval geen sprake van een fuik waarbij bestuurders (bijna) worden gedwongen het voetgangersgebied in te rijden. Op de foto’s in het dossier is namelijk te zien dat ter plaatse de rijbaan van de Van Lochemstraat breed genoeg is om te keren. Nu geen sprake is van een fuik is de plaatsing van een vooraankondigingsbord niet vereist. Ook deze grond van de gemachtigde faalt.
17. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Gegeven deze beslissing zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.