ECLI:NL:GHARL:2024:95
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding termijn in bestuursstrafzaak
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De beroepstermijn van zes weken was verstreken omdat het beroepschrift pas na de uiterste datum binnenkwam. De betrokkene voerde aan dat in een vergelijkbaar geval de officier van justitie een te laat ingesteld beroep had vernietigd, maar dit maakte het te laat instellen niet ontoerekenbaar.
Het hof stelde ambtshalve vast dat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg was overschreden, maar dit leidde niet tot matiging van het sanctiebedrag omdat de kantonrechter niet aan de beoordeling van de sanctie was toegekomen.
Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter, met verbetering van gronden, en kon het de bezwaren tegen de sanctie niet inhoudelijk behandelen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn ondanks overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg.