Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Noord-Nederland van 19 december 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
Verklaring betrokkene: Ik ben mede-eigenaar van de onderneming [naam1] in [woonplaats] en rijd met deze trekker met zaaimachine verderop naar een stukje land om te zaaien. Ik heb er niet op gelet dat de zaaimachine het zicht op de verlichting belemmerde.”
“Bij het vervoer van lading met een voertuig of samenstel van voertuigen:
(…)
e. mag het zicht op de verlichting, de retroreflectoren, de richtingaanwijzers of de kentekenplaat van het voertuig niet worden belemmerd.”
In dit geval is sprake van overtreding van artikel 5.18.21a, eerste lid aanhef en onder c, van de Rv:
“ De lengte van landbouw- of bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid, mobiele machines, landbouw- of bosbouwaanhangwagens of verwisselbare getrokken uitrustingsstukken, mag, met inbegrip van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken, niet meer bedragen dan is bepaald in onderscheidenlijk de artikelen 5.7.6, eerste lid, onderdeel a, 5.7a.6, eerste lid, onderdeel a, 5.8.6, eerste lid, onderdeel a, en 5.14.6, eerste lid, onderdeel a, waarbij:
De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter en een hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 647,- en voor het (hoger) beroep € 907,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Het hof past op in hoger beroep verrichte proceshandeling niet de factor, genoemd in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv (nieuw) toe, omdat het hof deze bepaling buiten toepassing laat (vgl. de arresten van het hof van 17 december 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7764, 7768 en 7769). Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.392,25 (= (1,5 x € 647,- x 0,5) + (2 x € 907,- x 0,5)).