De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over hun twee minderjarige kinderen geboren in 2013 en 2015. De rechtbank had eerder bepaald dat de kinderen drie weekenden per vier weken bij de vader verblijven. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en verzocht vernietiging van deze zorgregeling.
Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep hebben de ouders ingestemd met het advies van de raad voor de kinderbescherming. Dit advies houdt in dat onder regie van de jeugdbeschermer binnen de ondertoezichtstelling wordt toegewerkt naar een zorgregeling waarbij de vader de zorg krijgt een weekend per twee weken en de helft van de vakanties en feestdagen.
De kinderrechter had op 16 januari 2025 de kinderen onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling voor de duur van één jaar. Zowel vader als moeder stemden in met deze ondertoezichtstelling. Het hof acht de zorgregeling in het belang van de kinderen en vernietigt de eerdere beschikking van de rechtbank voor zover deze de zorgregeling betreft, en stelt de zorgregeling vast overeenkomstig het advies van de raad.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee wordt een zorgregeling vastgesteld die meer contact tussen vader en kinderen mogelijk maakt dan de eerdere regeling.