De betrokkene werd bij inleidende beschikking gesanctioneerd met een boete van €350,- wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 6 oktober 2022 te Rotterdam. De betrokkene voerde aan dat hij geen mobiele telefoon vasthield, maar een ingebouwd LED-scherm bediende met zijn hand op de schakelpook, hetgeen volgens hem ten onrechte werd aangezien voor een telefoon.
De officier van justitie verklaarde het beroep tegen de beschikking niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden binnen de gestelde termijn. De kantonrechter beoordeelde het beroep inhoudelijk en verklaarde het ongegrond. Het hof verbeterde het dictum en verklaarde het beroep gegrond tegen de beslissing van de officier van justitie, vernietigde deze beslissing en bevestigde het oordeel van de kantonrechter dat het beroep ongegrond is.
Het hof oordeelde dat de verklaring van de ambtenaar, die zag dat de betrokkene een mobiele telefoon in zijn rechterhand hield, betrouwbaar is. Het ingebouwde LED-scherm kan niet worden vastgehouden en de enkele stelling van de betrokkene leidt niet tot twijfel aan de vaststelling. Een aanvullend proces-verbaal was niet noodzakelijk. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Het arrest werd gewezen door mr. De Witt en uitgesproken op 4 maart 2025 te Leeuwarden.