Art. 2 WahvArt. 54 RVV 1990Art. 1 RVV 1990Art. 2, eerste lid WahvArt. 2, derde lid Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Wijziging feitcode en gedeeltelijke gegrondverklaring hoger beroep bij verkeersovertreding uitrijstrook
De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd voor het wisselen van rijstrook zonder het overige verkeer voor te laten gaan (feitcode R512). De kantonrechter matigde de sanctie wegens overschrijding van de redelijke termijn. In hoger beroep stelde de gemachtigde dat feitcode R511 toepasselijk was en dat de gedraging niet verwijtbaar was vanwege het rijgedrag van een andere bestuurder op de uitrijstrook.
Het hof stelde vast dat de feitcode R512 niet kon worden vastgesteld omdat het ging om een uitrijstrook, maar dat de gedraging onder feitcode R511 viel: het oprijden van de uitrijstrook zonder het overige verkeer voor te laten gaan. De betrokkene had een bestuurder op de uitrijstrook doen remmen, wat een bijzondere manoeuvre betreft.
Het hof wijzigde daarom de feitcode naar R511, vernietigde de eerdere beslissingen en wees het beroep gedeeltelijk toe. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €1.845,75 toegekend aan de betrokkene wegens de procedurekosten in alle instanties.
Uitkomst: De feitcode werd gewijzigd naar R511 en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard met een proceskostenvergoeding van €1.845,75.
Uitspraak
c
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.345.693/01
CJIB-nummer
: 247768551
Uitspraak d.d.
: 5 maart 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 23 mei 2024, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 187,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 437,50.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “R512 - van rijstrook wisselen zonder het andere verkeer voor te laten gaan”. Deze gedraging zou zijn verricht op 25 februari 2022 om 11.51 uur op de Rijksweg A16 in Langeweg met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 187,50, omdat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat in deze zaak feitcode R512 is toegepast, terwijl dit feitcode R511 had moeten zijn. Verder stelt de gemachtigde zich op het standpunt dat de gedraging niet verwijtbaar is verricht, maar is te wijten aan het rijgedrag van de bestuurder die al op de uitvoegstrook reed. Uit het dossier blijkt weliswaar niet dat de bestuurder op de uitvoegstrook harder reed dan het overige verkeer, maar volgens de betrokkene was dit wel het geval en de betrokkene was erbij. Door het snelheidsverschil heeft deze bestuurder het aanmerkelijke risico genomen dat als er nog wordt uitgevoegd door een bestuurder - of dat nu op het laatste moment is of niet - hij moet remmen voor deze bestuurder. Dit kan de betrokkene niet worden tegengeworpen. 4. In de bijlage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wahv luidt de omschrijving van de gedraging bij feitcode R512:
“als bestuurder van rijstrook wisselen zonder het overige verkeer voor te laten gaan”.
5. In de bijlage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wahv luidt de omschrijving van de gedraging bij feitcode R511:
“als bestuurder van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan”.
6. De gedragingen met voormelde feitcodes zijn gebaseerd op het bepaalde in artikel 54 vanPro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In dit artikel is neergelegd:
“Bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren, zoals wegrijden, achteruitrijden, uit een uitrit de weg oprijden, van een weg een inrit oprijden, keren, van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden, van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden en van rijstrook wisselen, moeten het overige verkeer voor laten gaan.”
7. Op grond artikel 1 vanPro het RVV 1990 wordt onder uitrijstrook verstaan:
“door een blokmarkering van de doorgaande rijbaan afgescheiden weggedeelte dat is bestemd voor bestuurders die de doorgaande rijbaan verlaten”.
8. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
9. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag de bestuurder op het laatste moment van rijstrook 2, via rijstrook 3 de uitvoegstrook oprijden. De bestuurder welke al lang op de uitvoegstrook reed moest remmen om een aanrijding te voorkomen. (…)
Ter hoogte van hectometerpaal/pandnummer: 53 R (…)
Verklaring betrokkene: niet nodig om te verklaren.”
10. De advocaat-generaal heeft twee afbeeldingen van Google Street View van de situatie ter plaatse overgelegd. Hieruit blijkt het volgende. Ter plaatse is sprake van vier rijstroken. Het is het hof ambtshalve bekend dat rijstroken worden geteld vanaf de middenberm. Boven rijstrook 1, 2 en 3 bevindt zich een bord met daarop een pijl voor verkeer voor de doorgaande richting. Rijbaan 3 en 4 worden gescheiden door een blokmarkering. Boven rijstrook 4 bevindt zich een bord met daarop een pijl voor verkeer voor de afgaande richting.
11. Het hof stelt op basis van de verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht en de afbeeldingen van Google Street View vast dat rijstrook 4 een uitrijstrook is. De onder 1. genoemde gedraging kan dan ook niet worden vastgesteld. Het hof is van oordeel dat de gedraging behorend bij feitcode R511 wel kan worden vastgesteld. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat de betrokkene een bijzondere manoeuvre heeft uitgevoerd, namelijk dat hij van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook is opgereden en dat de bestuurder die al op de uitrijstrook reed moest remmen om een aanrijding met het voertuig van de betrokkene te voorkomen. Nu de bestuurder die al op de uitrijstrook reed werd gedwongen te remmen als gevolg van een bijzondere manoeuvre, heeft de betrokkene die bestuurder niet laten voorgaan. Of die bestuurder al dan niet te hard zou hebben gereden, doet hier niet aan af.
12. Het hof is van oordeel dat het geoorloofd is om de feitcode te wijzigen. Nu het aan de gewijzigde kwalificatie ten grondslag liggende feitencomplex hetzelfde blijft, de hoogte van het bedrag van de sanctie horend bij de gedraging met feitcode R511 gelijk is aan het bedrag van de sanctie van de in de inleidende beschikking genoemde gedraging alsmede de gemachtigde erop heeft gewezen dat niet feitcode R512 had moeten worden gebruikt maar feitcode R511, is het hof van oordeel dat de betrokkene door de wijziging van de feitcode niet in zijn belangen is geschaad. Het hof zal aldus de feitcode wijzigen in feitcode R511 die hoort bij de gedraging “als bestuurder van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan”.
13. Het voorgaande brengt mee dat de beslissing van de kantonrechter en - met gegrondverklaring van het beroep daartegen - de beslissing van de officier van justitie moeten worden vernietigd. Dit brengt mee dat de overige grond van de gemachtigde tegen de beslissing van de kantonrechter geen bespreking meer behoeft.
14. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting van de kantonrechter, het indienen van een hoger beroepschrift en de nadere toelichting dienen in totaal 4,5 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 647,- en voor het (hoger) beroep € 907,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Het hof past op de in hoger beroep verrichte proceshandelingen niet de factor, genoemd in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv (nieuw) toe, omdat het hof deze bepaling buiten toepassing laat (vgl. de arresten van het hof van 17 december 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7764, 7768 en 7769). Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.845,75 (= (1,5 x € 647,- x 0,5) + (3 x € 907,- x 0,5)).
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking, in zoverre dat de feitcode wordt gewijzigd in R511 met als bijbehorende omschrijving van de gedraging “als bestuurder van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan”;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.845,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.