Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[bewindvoerder2]
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [verzoeker] , bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder en
- [bewindvoerder2] namens [de bewindvoerders] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kantonrechter in de rechtbank Gelderland stelde in 2021 een bewind in voor [verzoeker] en benoemde zijn moeder als bewindvoerder. In juli 2024 werd de moeder ambtshalve ontslagen als bewindvoerder en werden professionele bewindvoerders benoemd. [Verzoeker] ging in hoger beroep tegen dit ontslag en verzocht het hof de moeder in functie te houden, omdat hij haar als vertrouwd persoon waardeert en zij inhoudelijk correct heeft gehandeld.
De professionele bewindvoerders erkenden dat de moeder inhoudelijk weinig fouten maakte, maar wezen op haar problemen met het tijdig aanleveren van de rekening en verantwoording en haar afhankelijkheid van hulp bij het invullen van formulieren. Het hof oordeelde dat deze tekortkomingen gewichtige redenen vormen voor ontslag, ondanks de goede intenties van de moeder.
Het hof benadrukte dat het belang van een correcte en tijdige financiële verantwoording zwaarder weegt dan het persoonlijke vertrouwen van [verzoeker]. Daarom werd het ontslag van de moeder als bewindvoerder bekrachtigd en de benoeming van professionele bewindvoerders gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof bevestigt het ontslag van de moeder als bewindvoerder wegens onvoldoende uitvoering van haar taken.