ECLI:NL:GHARL:2025:1285

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 maart 2025
Publicatiedatum
6 maart 2025
Zaaknummer
Wahv 200.347.656/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 68 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990artikel 13a, tweede lid, Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor doorrijden bij rood verkeerslicht met discussie over geeltijd

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 12 augustus 2021 in Katwijk. De kantonrechter mat de boete vanwege overschrijding van de redelijke termijn en wees een proceskostenvergoeding toe. De betrokkene ging in hoger beroep tegen de sanctie en de hoogte van de proceskostenvergoeding.

De betrokkene stelde dat de geeltijd onvoldoende was om veilig te stoppen vanwege een bocht, verwijzend naar CROW-richtlijnen. Foto's en gegevens toonden echter aan dat de geeltijd 2,9 seconden bedroeg en het voertuig 28 km/u reed. Het hof oordeelde dat de wettelijke regel dat geel betekent stoppen tenzij stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is, geen langere geeltijd vereist. De sanctie werd daarom bevestigd.

Wel oordeelde het hof dat de kantonrechter ten onrechte geen vergoeding toekende voor het verschijnen van de gemachtigde op de zitting. Het hof vernietigde dit deel van de beslissing en veroordeelde de advocaat-generaal tot een proceskostenvergoeding van € 1.133,75 aan de betrokkene.

Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en op een openbare zitting uitgesproken.

Uitkomst: Sanctie voor doorrijden bij rood licht bevestigd, proceskostenvergoeding verhoogd tot € 1.133,75

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.347.656/01
CJIB-nummer
: 243531823
Uitspraak d.d.
: 6 maart 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 16 juli 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 187,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 437,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 12 augustus 2021 om 17.34 uur op de Ingenieur G. Tjalmaweg (kruising Wassenaarseweg richting Leiden) in Katwijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] . De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 187,50, omdat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is geschonden.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gehanteerde geeltijd niet voldoende is om op een verantwoorde wijze tot stilstand te komen omdat sprake is van een bocht. Om de bocht veilig te nemen remmen de meeste weggebruikers af waardoor er meer tijd nodig is om het geel licht uitstralende verkeerslicht te passeren. Juist in deze situaties had het op de weg van de wegbeheerder gelegen om de geeltijd langer te maken, zoals de CROW adviseert.
3. In het dossier bevinden zich foto's van de gedraging. Op de eerste foto is te zien dat het voertuig van de betrokkene ter plaatse rijdt op de voorsorteerstrook voor rechts afslaand verkeer. Het voertuig bevindt zich ter hoogte van de stopstreep. Het voor het voertuig van de betrokkene geldende verkeerslicht staat op dat moment 0,6 seconden op rood. Op de tweede foto, die 1,751 seconde later is genomen, is te zien dat het voertuig het verkeerslicht is gepasseerd en zich in de bocht naar rechts bevindt. Uit de gegevens onderaan de foto's blijkt dat de geeltijd 2,9 seconden en dat de snelheid van het voertuig 28 km per uur bedroeg.
4. De opvatting van de gemachtigde komt erop neer dat de gehanteerde geeltijd zo lang moet zijn dat de bestuurder van een voertuig ook indien hij minder snel rijdt dan toegestaan nog voldoende gelegenheid heeft om het verkeerslicht te passeren voordat het rood licht gaat uitstralen. Deze opvatting vindt geen steun in het recht. Artikel 68, eerste lid, onder b, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 bepaalt dat bij driekleurige verkeerslichten geel licht betekent: stop; voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan. Hieruit volgt dat indien met een lagere snelheid het verkeerslicht genaderd wordt, gestopt dient te worden. Deze door de gemachtigde aangevoerde grond treft geen doel. In zoverre kan de beslissing van de kantonrechter worden bevestigd.
5. Verder voert de gemachtigde met betrekking tot de proceskostenvergoeding aan dat de kantonrechter ten onrechte geen punt heeft toegekend voor het verschijnen van de gemachtigde op de zitting bij de kantonrechter.
6. Het hof stelt vast dat uit de beslissing van de kantonrechter blijkt dat de gemachtigde de zitting van de kantonrechter van 16 juli 2024 heeft bijgewoond, maar dat hiervoor geen punt is toegekend. Dit brengt mee dat de beslissing van de kantonrechter - voor wat betreft de proceskostenvergoeding - niet in stand kan blijven. Het hof zal doen wat de kantonrechter had behoren te doen, namelijk bepalen dat aan de betrokkene de volgende proceskostenvergoeding zal worden toegekend.
7. Aan het indienen van een beroepschrift bij de kantonrechter en het verschijnen op de zitting van de kantonrechter dienen in totaal twee punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het (hoger) beroep € 907,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast.
8. De proceskosten in hoger beroep komen eveneens voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het hoger beroepschrift wordt één punt toegekend. Omdat de betrokkene in hoger beroep alleen in het gelijk wordt gesteld ten aanzien van de proceskostenvergoeding, wordt de wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = zeer licht) toegepast. Het hof past op de in hoger beroep verrichte proceshandeling niet de factor, genoemd in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv (nieuw) toe, omdat het hof deze bepaling buiten toepassing laat (vgl. de arresten van het hof van 17 december 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7764, 7768 en 7769).
9. Het bovenstaande brengt mee dat het hof de advocaat-generaal zal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.133,75 (= (2 x € 907,- x 0,5) + (1 x € 907,- x 0,25)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter, voor zover daarbij is beslist op het verzoek om een proceskostenvergoeding;
bevestigt de beslissing van de kantonrechter voor het overige;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.133,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.