Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor medeplichtigheid aan witwassen, omdat hij zijn bankpas en pincode ter beschikking stelde aan onbekende derden die via bankhelpdeskfraude een bedrag van € 10.000,00 witwasten. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.
De zaak betrof een fraude waarbij een slachtoffer werd misleid door een valse ING-medewerker, waarna € 50.000,00 werd overgemaakt naar een rekening van een medeverdachte. Hiervan werd € 10.000,00 overgeboekt naar de rekening van verdachte, waarna € 9.500,00 werd opgenomen via pinautomaten door een onbekende derde. Verdachte ontkende zijn bankpas of pincode te hebben verstrekt, maar het hof achtte dit ongeloofwaardig gelet op het bewijs en het feit dat pinnen zonder pincode niet mogelijk is.
Het hof oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat zijn rekening gebruikt zou worden voor witwassen. Verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van veertig uren, met een proeftijd van twee jaren, bij niet nakomen te vervangen door twintig dagen hechtenis. Het hof hield rekening met eerdere veroordelingen en persoonlijke omstandigheden van verdachte.