ECLI:NL:GHARL:2025:1327
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- E.B.E.M. Rikaart-Gerard
- A.P. de Jong - de Goede
- M.J. van Lingen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over plaatsing minderjarige met minderjarige moeder in gezinshuis
De grootmoeder en de minderjarige moeder hebben beroep ingesteld tegen een beschikking van de kinderrechter die hen niet-ontvankelijk verklaarde in hun verzoeken over de plaatsing van de minderjarige in een gezinshuis. De moeder was minderjarig en de GI was voogd over het kind. Het hof oordeelt dat de kinderrechter artikel 1:262b BW naar analogie had moeten toepassen, waardoor het appelverbod doorbroken wordt en de verzoekers ontvankelijk zijn.
De inhoudelijke beoordeling leidt tot de conclusie dat de plaatsing van de minderjarige zonder de moeder in een crisispleeggezin en daarna in een gezinshuis terecht is. De moeder heeft onvoldoende ontwikkeling doorgemaakt om samen met het kind geplaatst te worden, mede vanwege haar complexe problematiek en gebrek aan hulpvraag. De GI heeft zorgvuldig geprobeerd een passende gezamenlijke plaatsing te vinden, maar dit was niet haalbaar.
De verzoeken van de moeder en grootmoeder om het kind met de moeder te plaatsen in een gezinshuis, pleeggezin of bij de grootmoeder worden afgewezen. De kosten van het geding worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst de verzoeken van de moeder en grootmoeder af en bevestigt de plaatsing van de minderjarige zonder de moeder in een gezinshuis.