ECLI:NL:GHARL:2025:1347
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vermindering sanctie wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursstrafzaak
De betrokkene kreeg bij beschikking een boete van €400 opgelegd voor het niet verzekerd hebben van een motorrijtuig op 13 juni 2022. De kantonrechter matigde deze sanctie tot €200. De betrokkene stelde dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, omdat hij al op 13 juni 2022 door een brief van de RDW op de hoogte was gesteld van de overtreding, waardoor de termijn eerder begon te lopen.
Het hof oordeelt dat de brief van de RDW inderdaad de redelijke termijn van berechting deed aanvangen, waardoor de termijn van twee jaar voor de eerste aanleg op 11 juli 2024 was overschreden. Daarom matigt het hof de sanctie met 25% tot €150. Het verzoek om proceskostenvergoeding in hoger beroep wordt afgewezen omdat de grond voor termijnoverschrijding eerder had kunnen worden aangevoerd en de kantonrechter al een proceskostenvergoeding had toegekend.
Het arrest vernietigt het deel van de beslissing van de kantonrechter dat het sanctiebedrag vaststelde en wijzigt dit naar €150. De procedurekosten in hoger beroep worden niet vergoed. Het arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting.
Uitkomst: Sanctie gematigd tot €150 wegens overschrijding redelijke termijn, proceskostenvergoeding in hoger beroep afgewezen.