Uitspraak
Overwegingen
BESLISSING
[terbeschikkinggestelde].
officier van justitie niet-ontvankelijkin zijn vordering inhoudende dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege wordt verpleegd.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De terbeschikkinggestelde was bij vonnis van de rechtbank Rotterdam veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf en een terbeschikkingstelling met voorwaarden, die dadelijk uitvoerbaar werd verklaard en inging op 13 augustus 2024. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld, waardoor de strafzaak nog niet onherroepelijk is.
Ondanks het hangende hoger beroep diende de officier van justitie een vordering in om de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege te laten verplegen. De rechtbank Rotterdam wees deze vordering toe, maar de terbeschikkinggestelde ging hiertegen in beroep bij het hof.
Op 26 november 2024 deed de Hoge Raad uitspraak in cassatie in het belang der wet, waarin werd geoordeeld dat het niet juist is dat de executierechter kan beslissen tot alsnog verpleging terwijl de dadelijk uitvoerbaar verklaarde TBS met voorwaarden nog niet onherroepelijk is. Gelet op deze uitspraak vernietigt het hof de beslissing van de rechtbank en verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot alsnog verpleging van de terbeschikkinggestelde.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot alsnog verpleging van de terbeschikkinggestelde.