ECLI:NL:GHARL:2025:1403
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over geldlening partner op sterfbed en woonvergoeding na overlijden
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen de erfgenamen van een overleden man en diens partner over een geldlening en een vergoeding voor het voortijdig verlaten van de woning. De partner vordert betaling van een schuldbekentenis van €78.465,- en een vergoeding van €800 per maand voor 14 maanden woonlasten.
De rechtbank wees de woonvergoeding af en kende een deel van de lening toe. Zowel appellant als geïntimeerde gingen in hoger beroep. Het hof bevestigt de Nederlandse rechterlijke bevoegdheid en het toepasselijke Nederlandse recht vanwege de nauwere band met Nederland.
Het hof oordeelt dat er geen sprake is van een ondeelbare rechtsverhouding tussen de erfgenamen, waardoor appellant ontvankelijk is in hoger beroep. De vernietiging van de schuldbekentenis wegens dwaling en misbruik van omstandigheden wordt verworpen. De hoofdsom van de lening wordt vastgesteld op €73.465,- na verrekening van €5.000,- voor meegenomen goederen.
De woonvergoeding wordt toegewezen voor 14 maanden à €800,-, waarbij appellant voor de helft aansprakelijk is. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij partijen elk hun eigen kosten dragen. Het hof vernietigt het vonnis voor zover het de rechtsverhouding tussen appellant en geïntimeerde betreft en doet opnieuw recht.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van een lening en woonvergoeding met rente, proceskosten worden gecompenseerd.