ECLI:NL:GHARL:2025:1428
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dat monowheel motorrijtuig is volgens Wegenverkeerswet
Verdachte werd beschuldigd van het gebruiken van een monowheel als niet-aangewezen motorrijtuig in strijd met artikel 20h van de Wegenverkeerswet 1994. De kantonrechter veroordeelde hem tot een geldboete, maar het hof vernietigde dit vonnis en deed opnieuw recht.
Het geschil draaide om de vraag of de monowheel valt onder de definitie van motorrijtuig in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder d, van de Wegenverkeerswet 1994. Dit hangt af van de door de constructie bepaalde maximumsnelheid en het nominale continu maximumvermogen van de elektromotor.
Er is echter geen onderzoek gedaan naar deze technische specificaties van de monowheel. Hierdoor kon het hof niet vaststellen dat het voertuig onder de relevante wetsartikelen viel. De advocaat-generaal vorderde vrijspraak en het hof volgde dit standpunt.
Het hof sprak verdachte vrij omdat niet bewezen kon worden dat het gebruikte voertuig een niet-aangewezen motorrijtuig was. Tevens werd opgemerkt dat een monowheel die niet onder artikel 20b valt, mogelijk een niet-goedgekeurd voertuig is, maar dat feit was niet tenlastegelegd.
Het arrest werd op 13 maart 2025 uitgesproken door het hof Arnhem-Leeuwarden, dat het eerdere vonnis vernietigde en verdachte vrijsprak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de monowheel een niet-aangewezen motorrijtuig is volgens de Wegenverkeerswet 1994.