ECLI:NL:GHARL:2025:1468
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing terugverhuizing en inschrijving minderjarige
De moeder en vader zijn gezamenlijk gezaghebbenden over hun minderjarige kind, geboren in 2018. De rechtbank had de moeder gelast om voor 1 januari 2025 met het kind terug te verhuizen naar de woonplaats van de vader en het kind in te schrijven op een basisschool aldaar, met dwangsommen bij niet-naleving. De moeder verzocht het hof om schorsing van deze verplichtingen.
Het hof overwoog dat schorsing alleen mogelijk is indien na de uitspraak nieuwe feiten zijn ontstaan die de eerdere beslissing rechtvaardigen of als sprake is van een kennelijke misslag. De moeder stelde dat zij geen school kon vinden voor haar andere kinderen en geen geschikte woonruimte kon vinden in de woonplaats van de vader, mede door financiële beperkingen en beëindiging van een andere relatie.
Het hof oordeelde dat deze omstandigheden het gevolg zijn van de keuze van de moeder om zonder toestemming te verhuizen en dat zij haar stellingen onvoldoende had onderbouwd. Zij had geen bewijs geleverd van afwijzingen van scholen of serieuze pogingen tot woningzoektocht. Ook was het schorsingsverzoek laat ingediend, nadat reeds dwangsommen waren verbeurd. Er was geen sprake van een kennelijke misslag door de rechtbank. Daarom werd het verzoek tot schorsing afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing af en bevestigt de verplichting tot terugverhuizing en inschrijving van de minderjarige.