ECLI:NL:GHARL:2025:1547

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 maart 2025
Publicatiedatum
18 maart 2025
Zaaknummer
21-004565-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 77a SrArt. 77h SrArt. 77m SrArt. 77n Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor belediging door spugen en uitschelden

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een werkstraf van 25 uren wegens belediging, maar het hof vernietigt dit vonnis omdat het niet volledig gemotiveerd was ten aanzien van alle feiten. In hoger beroep stond alleen het feit van belediging door spugen en uitschelden ter beoordeling.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 27 augustus 2023 in een plaatselijk incident het slachtoffer in het gezicht heeft gespuugd en uitgescholden met de woorden 'kankerjood en kankerhomo'. Dit blijkt uit verklaringen van het slachtoffer en een getuige, ondersteund door camerabeelden die een spugende beweging tonen.

De verdediging voerde ontkenning en twijfels aan over de verklaringen, maar het hof verwierp deze. Gelet op de ernst van het spugen in het gezicht en de beledigende woorden, legt het hof een werkstraf van 25 uren op, hoger dan het landelijke oriëntatiepunt van 20 uren. Verdachte is inmiddels meerderjarig en heeft een fulltime baan, maar dit leidt niet tot een lagere straf. Een geldboete acht het hof niet passend.

Het hof baseert zich op de artikelen 63, 77a, 77h, 77m, 77n en 266 van het Wetboek van Strafrecht en houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het strafblad. De werkstraf kan worden vervangen door 12 dagen jeugddetentie indien niet naar behoren uitgevoerd.

Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf van 25 uren wegens belediging door spugen en uitschelden.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004565-24
Uitspraak d.d.: 11 maart 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 8 oktober 2024 met parketnummer 16-041101-24 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2006,
wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 februari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. E. Stam, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 25 uren, te vervangen door 12 dagen jeugddetentie, wegens – kort gezegd – een belediging.
Het hof zal het vonnis van de kinderrechter vernietigen omdat het vonnis alleen ten aanzien van feit 2 is uitgewerkt, wat meebrengt dat – gelet op het bepaalde in artikel art. 378a eerste en vijfde lid Sv – geen (gemotiveerde) beslissing (anders dan een korte opmerking in een voetnoot) is genomen op het onder feit 1 ten laste gelegde. Het vonnis is hiermee niet conform de wettelijke vereisten uitgewerkt. Dat vonnis zich dus niet voor bevestiging.
Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

Omvang van het appel

Het appel is beperkt tot het onder feit 2 ten laste gelegde, waardoor alleen dit feit ter beoordeling aan het hof voorligt.

De tenlastelegging

Aan verdachte is – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – ten laste gelegd dat:
2.
hij op of omstreeks 27 augustus 2023 te [plaats] opzettelijk [slachtoffer] , in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door hem in zijn gezicht te spugen en/of door hem de woorden toe te voegen: "kankerjood en kankerhomo", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

Overweging met betrekking tot het bewijs

Standpunt advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen voor het hem ten laste gelegde feit.
Standpunt raadsman
De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft hiertoe – kort en zakelijk weergegeven – aangevoerd dat verdachte ontkent dat hij heeft gespuugd. Op de camerabeelden is het spugen niet te zien. Te zien is enkel een afwendende beweging van aangever. Er zijn redenen om aan de verklaringen van aangever en de getuige te twijfelen. Zij hebben hun eigen rol kleiner gemaakt dan uit de beelden blijkt.
Oordeel hof
Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Het hof overweegt daarbij dat aangever een duidelijke verklaring heeft afgelegd die inhoudt dat hij in het gezicht is gespuugd en is uitgescholden voor kankerjood en kankerhomo.
Het hof heeft geen redenen om aan deze verklaring te twijfelen nu die steun vindt in andere bewijsmiddelen. Getuige [getuige] heeft immers ook verklaard dat aangever in het gezicht werd gespuugd en dat er werd gescholden met de woorden kankerjood en kankerhomo. Uit de beschrijving van de camerabeelden blijkt dat verdachte de jongen is die onder meer een spugende beweging maakte.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een belediging, door aangever in het gezicht te spugen en hem uit te schelden.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
2.
hij op
of omstreeks27 augustus 2023 te [plaats] opzettelijk [slachtoffer] , in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door hem in zijn gezicht te spugen en
/ofdoor hem de woorden toe te voegen: "kankerjood en kankerhomo".
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan zal worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot dezelfde straf als door de kinderrechter is opgelegd.
De raadsman heeft bepleit dat een geldboete meer passend is. De straf moet bepaald worden op basis van de situatie zoals deze nu is en niet op grond van verdachtes situatie ten tijde van het plegen van dit feit. Verdachte is inmiddels meerderjarig en hij heeft een fulltime baan. Er dient daarom aansluiting gezocht te worden bij de oriëntatiepunten voor volwassenen, aldus de raadsman. Voorts is het strafblad van verdachte beperkt.
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof ziet hierin aanleiding om verdachte te veroordelen tot een werkstraf.
Verdachte heeft aangever bespuugd en uitgescholden voor kankerjood en kankerhomo. Het spugen in het gezicht van aangever is aan te merken als bijzonder smerig, respectloos en beledigend. In de verklaring van het slachtoffer wordt ook omschreven dat hij zich walgelijk voelde en dat het een gevoel van onlust bij hem opwekte.
Bij het bepalen van de strafmaat houdt het hof rekening met de rechterlijke oriëntatiepunten ter zake van een belediging, te weten een werkstraf voor de duur van twintig uren. Het hof houdt hierbij ook rekening met het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 23 januari 2025, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Het hof acht op basis hiervan een werkstraf in beginsel passend.
Het hof houdt bij de bepaling van de hoogte van de straf ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die blijken uit het dossier en ter terechtzitting van het hof zijn besproken. Wat betreft de persoon van verdachte heeft het hof kennis genomen van de uitkomsten van het basisonderzoek en strafadvies van de Raad voor de Kinderbescherming van 19 september 2024 en van 3 april 2024 alsmede van de brief van de Raad van 16 januari 2025.
De raadsman heeft vermeld dat verdachte fulltime pakketbezorger is. Hij is nog niet begonnen met het volgen van een opleiding, aldus de raadsman. Hij is niet ter terechtzitting van het hof verschenen om zelf een verklaring af te leggen over zijn persoonlijke omstandigheden omdat hij die dag moest werken. Hij zou graag willen dat het hof voor een andere strafmodaliteit kiest dan wel een lagere taakstraf oplegt.
Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden geen redenen om tot een ander oordeel over de strafoplegging te komen dan het opleggen van een werkstraf.
Het hof acht, alles afwegende, een werkstraf van 25 uren passend en geboden. Deze straf is hoger dan het landelijke oriëntatiepunt voor belediging nu sprake is van belediging door het spugen in het gezicht. Het hof is van oordeel dat in het gezicht spugen een hogere werkstraf rechtvaardigt. Het hof acht, anders dan de raadsman, een geldboete – gelet op de ernst van het feit en de leeftijd van verdachte ten tijde van het plegen hiervan –niet passend.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 63, 77a, 77h, 77m, 77n en 266 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
25 (vijfentwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
12 (twaalf) dagen jeugddetentie.
Aldus gewezen door
mr. M.L.H.E. Roessingh-Bakels, voorzitter,
mr. R.W. van Zuijlen en mr. M.J. Vos, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.H. van Dalen, griffier,
en op 11 maart 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.