De invorderingsambtenaar van de gemeente Renkum stuurde op 28 mei 2022 een aanmaning voor niet-betaalde gemeentelijke belastingen 2021, inclusief €8 aanmaningskosten. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze kosten, waarop niet tijdig werd beslist. Na ingebrekestelling stelde belanghebbende beroep in bij de Rechtbank. Tijdens de procedure vernietigde de invorderingsambtenaar alsnog de aanmaningskosten en kende een bezwaarkostenvergoeding toe.
De Rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat de invorderingsambtenaar het bezwaar geheel had gehonoreerd. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het Hof oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen mede geacht wordt te zijn gericht tegen de reële uitspraak op bezwaar, tenzij deze geheel tegemoetkomt aan het bezwaar. Omdat de aanmaningskosten waren vernietigd, was er geen belang meer bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Het Hof bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het beroep en wees het hoger beroep af. Tevens werd geen griffierecht of proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter van de derde enkelvoudige belastingkamer, A.J.H. van Suilen, op 18 maart 2025.