ECLI:NL:GHARL:2025:1595

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 maart 2025
Publicatiedatum
19 maart 2025
Zaaknummer
23/2470
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting met compromis en vernietiging aanslag

Belanghebbende kreeg op 20 april 2022 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 1,75 met bijkomende kosten van € 61,00. Na bezwaar en beroep bij de Rechtbank Gelderland werd het bezwaar en beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde daarop hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Tijdens de zitting op 11 maart 2025 bereikten partijen een compromis waarbij de naheffingsaanslag werd vernietigd, de heffingsambtenaar de proceskosten van belanghebbende ter hoogte van € 2.267,50 vergoedt, en de betaalde griffierechten van € 50 en € 136 worden terugbetaald. Het hof verklaarde het hoger beroep gegrond en vernietigde de eerdere uitspraken van de Rechtbank en de heffingsambtenaar.

De uitspraak werd op 18 maart 2025 in het openbaar gedaan door de voorzitter van de derde enkelvoudige belastingkamer, mr. A.J.H. van Suilen. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de naheffingsaanslag en eerdere uitspraken worden vernietigd, en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 23/2470
uitspraakdatum: 18 maart 2025
Uitspraak van de derde enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende]te
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) van 4 juli 2023, nummer AWB 22/5324, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Arnhem(hierna: de heffingsambtenaar)

1.Ontstaan en loop van het geding

1.1.
De heffingsambtenaar heeft op 20 april 2022 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd van € 1,75, waarbij tevens kosten van € 61,00 in rekening zijn gebracht.
1.2.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar het bezwaar ongegrond verklaard.
1.3.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
1.4.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2025. Namens belanghebbende is verschenen [naam1] . Namens de heffingsambtenaar is verschenen [naam2] .

2.Overwegingen

2.1.
Partijen zijn ter zitting bij wijze van compromis het volgende overeengekomen:
a. de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd;
b. de heffingsambtenaar vergoedt de proceskosten ten bedrage van € 2.267,50;
c. de door belanghebbende betaalde griffierechten van € 50 (beroep) en € 136 (hoger beroep) worden door de heffingsambtenaar vergoed.
2.2.
Het vorenstaande betekent dat het hoger beroep van belanghebbende gegrond is.

3.Beslissing

Het Hof:
  • vernietigt de uitspraak van de Rechtbank,
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar,
  • vernietigt de naheffingsaanslag;
  • veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van in totaal € 2.267,50;
- draagt de heffingsambtenaar op aan belanghebbende de betaalde griffierechten van € 50 en € 136 te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J.H. van Suilen, lid van de derde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van A. Tax als griffier. De beslissing is op 18 maart 2025 in het openbaar uitgesproken.
De griffier, De voorzitter,
(A. Tax) (A.J.H. van Suilen)
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.