Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 16 augustus 2024;
- het verweerschrift met producties;
- een journaalbericht van mr. Van Wees van 16 januari 2025 met producties, en
- een journaalbericht van mr. Schröder van 21 januari 2025 met productie.
3.De feiten
- [de jong-meerderjarige] . geboren [in] 2005,
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2007, en
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2010.
4.Het geschil
- voor recht verklaard dat de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw met ingang van 1 januari 2022 is geëindigd op grond van het bepaalde in artikel 1:160 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW);
- bepaald dat de vrouw de ten onrechte ontvangen partneralimentatie vanaf 1 januari 2022 aan de man dient terug te betalen binnen 14 dagen na de beschikking, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf een week na betekening van de beschikking, en
- de vrouw veroordeeld om, binnen 14 dagen na datum van de beschikking, aan de man te betalen een bedrag van € 13.772,48 vanwege de onderzoekskosten van het recherchebureau, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf een week na betekening van de beschikking tot aan de dag der algehele voldoening.