In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid van een voederleverancier centraal die voer met een te hoog kopergehalte leverde aan een houder van melkschapen, wat leidde tot schade bij de melkschapenhouder. De voederleverancier heeft de aansprakelijkheid erkend, maar tracht in hoger beroep terug te komen op het voorlopige oordeel.
De voederleverancier voerde verweren aan dat de melkschapenhouder zijn klachtplicht had geschonden en dat sprake was van eigen schuld wegens het niet tijdig laten onderzoeken van het voer. Het hof verwierp deze verweren. Ter nadere beoordeling van de omvang van de schade werden deskundigen benoemd.
Het hof bepaalde een mondelinge behandeling met een raadsheer-commissaris, waarbij partijen en hun advocaten hun standpunten kunnen toelichten. De zitting is gepland op 17 juli 2025 in Leeuwarden, met de mogelijkheid voor partijen om een andere datum te verzoeken. Alle verdere beslissingen blijven aangehouden.