ECLI:NL:GHARL:2025:1833
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Willems-Keekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzet tegen dwangbevel wegens termijnoverschrijding
De betrokkene stelde verzet in tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel uitgevaardigd op 18 september 2023. De kantonrechter verklaarde dit verzet niet-ontvankelijk omdat het verzetschrift pas op 24 januari 2024 werd ingediend, ruim na de wettelijke termijn van twee weken na betekening op 29 september 2023.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat artikel 26, derde lid, van de Wahv niet van toepassing zou zijn omdat geen voor verzet vatbare beslissing was uitgereikt en dat betaling binnen twee dagen moest gebeuren. Het hof verwierp deze stellingen, bevestigde de geldigheid van het dwangbevel en de betekening daarvan, en stelde dat bezwaren tegen de inleidende beschikking in een eerdere beroepsprocedure aan de orde hadden kunnen komen.
Het hof benadrukte dat het CJIB verantwoordelijk is voor de inning van de sanctie en dat het niet verplicht is bewijs te leveren voor de gedraging die tot de sanctie leidde, aangezien de inleidende beschikking onherroepelijk is geworden. Het hof concludeerde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het verzet. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het verzet tegen het dwangbevel wegens het niet tijdig indienen van het verzetschrift.