ECLI:NL:GHARL:2025:1835

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 maart 2025
Publicatiedatum
28 maart 2025
Zaaknummer
Wahv 200.344.440/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Willems-Keekstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WahvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep afgewezen wegens appelverbod bij Wahv-sanctie zonder aanhoudingsverzoek

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die zijn beroep tegen een Wahv-sanctie ongegrond verklaarde. Hij had telefonisch contact opgenomen omdat hij door file te laat zou komen, maar heeft geen expliciet verzoek tot aanhouding van de zitting gedaan.

Het hof overwoog dat artikel 14 Wahv Pro een appelverbod kent, tenzij de sanctie hoger is dan €110 of het beroep niet-ontvankelijk is verklaard wegens niet tijdige zekerheidstelling en dat laatste wordt betwist. Geen van deze uitzonderingen is hier van toepassing.

Het hof nam aan dat de betrokkene wist van de zittingstijd en dat hij geen aanhoudingsverzoek heeft ingediend. Het ontbreken daarvan betekent dat het beginsel van hoor en wederhoor niet is geschonden en dat het appelverbod terecht geldt.

Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoefde het niet inhoudelijk op de bezwaren tegen de sanctie in te gaan.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het geldende appelverbod zonder geldig aanhoudingsverzoek.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.344.440/01
CJIB-nummer
: 256203365
Uitspraak d.d.
: 28 maart 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 29 mei 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 maart 2025. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. Artikel 14 van Pro de Wahv - zoals die bepaling luidt per 1 januari 2023 - bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 110,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld en de betrokkene de juistheid van die beslissing in hoger beroep betwist.
Van geen van deze situaties is hier sprake.
2. De betrokkene voert aan dat hij onderweg was naar de zitting bij de kantonrechter, maar in de file stond. Hij heeft gebeld met het Parket met de mededeling dat hij te laat was en gevraagd of het nog zin had om te komen. Hij is doorverbonden met de bode, die hem vertelde dat hij naar de rechtbank kon komen omdat hij bij een Mulderzaak later wordt geroepen. De betrokkene heeft zich gemeld bij de rechtbank en heeft ongeveer 15 minuten gewacht. Eenmaal in de rechtszaal heeft de betrokkene uitgelegd waarom hij te laat was, maar de rechter vertelde dat net uitspraak was gedaan. De rechter had dat gelijk aan de bode kunnen zeggen, dan had de betrokkene ook niet hoeven wachten.
3. De vraag doet zich voor of de door de betrokkene geschetste omstandigheden moeten leiden tot het buiten toepassing laten van artikel 14 van Pro de Wahv. In artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) ligt het recht op toegang tot de rechter besloten. Wanneer een beroep wordt gedaan op schending van dit recht en dit beroep wordt gegrond bevonden, kan het wettelijk appelverbod namelijk buiten toepassing worden gelaten (vgl. het arrest van het hof van 12 juli 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:6402).
4. In het dossier bevindt zich een aan de betrokkene geadresseerde oproepingsbrief waarin is vermeld dat de zaak van de betrokkene zal worden behandeld op 29 mei 2024 om 10.00 uur. De betrokkene is hiermee op de juiste wijze opgeroepen voor de zitting. Uit het betoog van de betrokkene blijkt ook dat hij op de hoogte was van het tijdstip van de zitting bij de kantonrechter.
5. Het is vaste rechtspraak dat als een partij voorafgaande aan de zitting van de kantonrechter een uitdrukkelijk verzoek om aanhouding van de behandeling van de zaak doet en de kantonrechter zonder op dat verzoek te beslissen een uitspraak in die zaak heeft gedaan, er sprake kan zijn van schending van het beginsel van hoor en wederhoor.
6. In dit geval is geen sprake van schending van het beginsel van hoor en wederhoor. Het hof wil aannemen dat de betrokkene voorzag dat hij niet meer op tijd kon komen voor de zitting en telefonisch contact heeft opgenomen. Niet is gebleken dat de betrokkene daarbij heeft gevraagd of de behandeling van de zaak kon worden uitgesteld. Ter zitting heeft de betrokkene ook aangegeven met het telefoongesprek enkel heeft willen informeren naar de vraag of het nog zin had om naar de rechtbank waar de kantonrechter zitting had af te reizen, of dat hij beter kon terugkeren naar huis. Het hof kan gelet op het voorgaande niet vaststellen dat de betrokkene een aanhoudingsverzoek heeft gedaan dat de kantonrechter voorafgaand aan de zitting heeft bereikt en waar de kantonrechter dus op moest beslissen. Hoewel de gang van zaken door de betrokkene als vervelend kan zijn ervaren, is in dit geval niet gebleken dat de betrokkene geen toegang tot de rechter heeft gehad. Er is dan ook geen reden om het appelverbod buiten toepassing te laten. Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het hof niet toekomt aan een beoordeling van de bezwaren tegen de opgelegde sanctie.

De beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. Willems-Keekstra, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.