ECLI:NL:GHARL:2025:1836

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 maart 2025
Publicatiedatum
28 maart 2025
Zaaknummer
Wahv 200.345.698/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Willems-Keekstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2, derde lid, WahvArt. 9, tweede lid, aanhef en onder b, Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie en afwijzing beroep op vertrouwensbeginsel bij verkeersovertreding

De betrokkene kreeg een sanctie van €150 opgelegd wegens het niet voeren van dim- of grootlicht bij nacht buiten de bebouwde kom op 10 december 2022. De betrokkene voerde in hoger beroep aan dat een ambtenaar bij staandehouding en per e-mail een lagere boete van €100 had genoemd, en beriep zich op het vertrouwensbeginsel.

Het hof oordeelde dat de ambtenaar niet bevoegd is om het sanctiebedrag te matigen en dat alleen de officier van justitie dit kan doen bij de beslissing op het administratief beroep. De betrokkene overlegde een screenshot van een e-mail als bewijs, maar dit was onvoldoende onderbouwd en niet aantoonbaar afkomstig van de ambtenaar of gerelateerd aan deze zaak.

Het hof vond dat de betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het vertrouwensbeginsel van toepassing was. Het verzoek om matiging van de sanctie en proceskostenvergoeding werd afgewezen. De beslissing van de kantonrechter werd bevestigd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €150 en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.345.698/01
CJIB-nummer
: 254413017
Uitspraak d.d.
: 28 maart 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Zeeland-West-Brabant van 12 augustus 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 maart 2025. De gemachtigde van de betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “R421b – Geen dim of groot licht voeren bij nacht buiten de bebouwde kom (motorvtg (+ahw), bromfiets, snorfiets of gehandic vtg)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 december 2022 om 19.22 uur op de Boomdijk in Steenbergen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene verzoekt om het bedrag van de sanctie te matigen, nu de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd bij staandehouding en in een e-mail heeft verklaard dat het bedrag van de boete € 100,- bedroeg. Gelet op het vertrouwensbeginsel mocht de betrokkene daar op vertrouwen. Ter onderbouwing van dit standpunt is een afschrift van de e-mail meegestuurd.
3. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging niet ontkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
4. Bij die beoordeling neemt het hof het volgende in aanmerking. De ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd heeft niet de bevoegdheid om af te wijken van de krachtens artikel 2, derde lid, van de Wahv vastgestelde sanctiebedragen. Slechts de officier van justitie kan, gelet op artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv, in het kader van de beslissing op het administratief beroep, het door de regelgever vastgestelde sanctiebedrag matigen.
5. Het is aan (de gemachtigde van) de betrokkene om de feiten die hij of zij aan het beroep op het vertrouwensbeginsel ten grondslag legt aannemelijk te maken. Door de gemachtigde is een screenshot overgelegd van een e-mail die is gericht aan ene Jet en die is ondertekend met de naam van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd met daaronder de vermelding ‘hoofdagent’. In deze e-mail is onder meer geschreven: “Ik gaf jou vanavond een bekeuring voor het rijden met een defecte koplamp. Deze bekeuring heeft een waarde van 100 euro.”
6. Naar het oordeel van het hof slaagt het beroep op het vertrouwensbeginsel niet. Van de e-mail is alleen een screenshot overgelegd waarop de inhoud van de e-mail te zien is. Daarop staan geen verdere gegevens met betrekking tot het e-mailadres van de afzender dan wel de geadresseerde en de datum en het tijdstip waarop de e-mail is gezonden. Daardoor is onvoldoende onderbouwd dat dit daadwerkelijk afkomstig van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd en met name of dit betrekking heeft op de sanctie die in deze zaak is opgelegd. Het enkele gegeven dat de gemachtigde dit screenshot al op 25 december 2022 van de betrokkene bij de aanmelding van de zaak heeft ontvangen, zoals hij ter zitting heeft laten zien, maakt dit niet anders.
7. Hoewel de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd niet heeft gereageerd op het verzoek van de advocaat-generaal om een reactie te geven op het door de gemachtigde ingebrachte screenshot, lag het niet op de weg van de advocaat-generaal om vervolgens, zoals door de gemachtigde gesteld, nader onderzoek te doen of aan de betrokkene in dezelfde periode soortgelijke sancties zijn opgelegd. Het ligt immers op de weg van de betrokkene om de feiten die ten grondslag liggen aan het beroep op het vertrouwensbeginsel aannemelijk te maken. Het hof ziet bovendien geen aanleiding om de gemachtigde alsnog in de gelegenheid te stellen om bij de betrokkene navraag te doen over de herkomst van het screenshot, omdat de onderbouwing van de gestelde feiten gedurende de procedure al onderwerp van het geschil was. Dat de gemachtigde kennelijk van mening is dat de overgelegde gegevens voldoende moeten zijn en hij daarom niet eerder navraag heeft gedaan, komt daarom voor rekening en risico van de betrokkene.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Willems-Keekstra, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.