Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Stichting Jeugdbescherming Gelderland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland om het ouderlijk gezag van de vader over zijn minderjarige kind te beëindigen en een voogd aan te stellen. De vader is veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van de moord op de moeder van het kind, die tevens getuige was van het misdrijf en daardoor ernstige trauma's heeft opgelopen.
De minderjarige verblijft sinds september 2023 in een pleeggezin en ontwikkelt zich daar naar omstandigheden goed met traumabehandeling. De vader heeft geen band met het kind, heeft zich niet ingezet voor verzorging of opvoeding en is niet in staat binnen een aanvaardbare termijn het gezag adequaat uit te oefenen. Gezien zijn strafrechtelijke veroordeling en verblijf buiten Nederland acht het hof het onwaarschijnlijk dat hij in de toekomst een rol kan spelen.
Het hof bevestigt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van de gewone verblijfplaats van het kind en het toepasselijke Nederlandse recht. Gelet op de belangen van de minderjarige en haar zorgbehoefte, is het noodzakelijk dat zij op korte termijn duidelijkheid krijgt over haar toekomst en stabiliteit. De verzoeken van de vader tot opschorting van de beslissing worden afgewezen. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en bevestigt de voogdijregeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader en benoemt de voogd over de minderjarige.