Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder van de minderjarige heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de kinderrechter die de machtiging tot uithuisplaatsing van haar kind verlengde tot 6 september 2025. De minderjarige is sinds 2013 onder toezicht gesteld en heeft meerdere periodes in pleeggezinnen gewoond. De moeder heeft alleen het gezag over het kind.
Tijdens de procedure heeft het hof het belang van de continuïteit van verzorging en veiligheid van de minderjarige benadrukt. De gecertificeerde instelling (GI) heeft zich volgens het hof voldoende ingespannen om te onderzoeken of terugplaatsing mogelijk is, maar een perspectiefonderzoek is nog niet gestart omdat de moeder hieraan niet wil meewerken. De GI heeft ook zorgen over het contact tussen moeder en kind, dat beperkt en begeleid is vanwege onbetrouwbaarheid van de moeder bij het nakomen van afspraken.
Het hof oordeelt dat het noodzakelijk is de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen, omdat het niet vaststaat dat de moeder de opvoedsituatie kan bieden die de minderjarige nodig heeft. De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 6 september 2025 wordt bekrachtigd.