Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
€ 9.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 september 2022;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw, gehuwd in 1983 in Marokko met Marokkaanse nationaliteit, zijn in 2024 gescheiden. De rechtbank had bepaald dat het huwelijksvermogensregime door Marokkaans recht werd beheerst en de man moest aan de vrouw een deel van de verkoopwaarde van de woning betalen.
In hoger beroep betwistte de vrouw de toepassing van Marokkaans recht en stelde zij dat Nederlands recht van toepassing moest zijn. Het hof oordeelde dat Marokkaans recht van toepassing is, gelet op de gemeenschappelijke nationaliteit bij huwelijkssluiting en faalde het beroep op onaanvaardbaarheid en redelijkheid en billijkheid.
De vrouw stelde aanspraak te maken op de helft van de overwaarde van de woning vanwege haar inspanningen in het huwelijk. Het hof stelde vast dat zij grotendeels voor het huishouden en de opvoeding zorgde en dat haar inspanningen hebben bijgedragen aan de vermogensaanwas. De vergoeding werd vastgesteld op 10% van de overwaarde, €32.168.
De man had ook verzoeken tot terugbetaling van onrechtmatige overboekingen ingediend, maar deze werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Het hof compenseerde de proceskosten en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man moet aan de vrouw €32.168 betalen als vergoeding voor vermogensaanwas van de woning onder Marokkaans recht.