ECLI:NL:GHARL:2025:1995

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 april 2025
Publicatiedatum
3 april 2025
Zaaknummer
200.347.753
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling vernietiging kinderalimentatiebeschikking wegens onvoldoende draagkracht

In deze zaak zijn de man en vrouw, ouders van vier minderjarige kinderen, in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel waarin kinderalimentatie was vastgesteld. De man verzocht om vernietiging van deze beschikking en verlaging of beëindiging van de alimentatiebetalingen.

Tijdens de procedure in hoger beroep hebben partijen overeenstemming bereikt dat de man onvoldoende draagkracht heeft om kinderalimentatie te betalen. Op basis van deze gezamenlijke vaststelling heeft het hof de beschikking van de rechtbank vernietigd en het verzoek van de vrouw om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding alsnog afgewezen.

Het hof acht het verzoek van partijen in overeenstemming met de wettelijke maatstaven en compenseert de proceskosten in hoger beroep, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak is gedaan door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2025.

Uitkomst: Beschikking rechtbank Overijssel inzake kinderalimentatie wordt vernietigd en het verzoek van de vrouw wordt afgewezen wegens onvoldoende draagkracht van de man.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.347.753
(zaaknummer rechtbank Overijssel 317648)
beschikking van 3 april 2025
inzake
[verzoeker],
wonende te [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de man,
advocaat: mr. I. Koster,
en
[verweerster],
wonende te [woonplaats2] ,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. M. Tijken.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, 19 augustus 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, hierna ook te noemen: de bestreden beschikking.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het beroepschrift met producties, ingekomen op 6 november 2024;
  • het verweerschrift met producties;
  • een journaalbericht namens de vrouw van 26 februari 2025 met producties 3-7;
  • een journaalbericht namens de vrouw van 18 maart 2025 met producties 8-9;
  • een journaalbericht namens de man van 24 maart 2025 met productie 7A;
  • een journaalbericht namens de vrouw van 26 maart 2025;
  • een e-mailbericht namens de man van 26 maart 2025.

3.De feiten

De man en de vrouw zijn de ouders van:
  • [de minderjarige1] , geboren [in] 2012,
  • [de minderjarige2] , geboren [in] 2014,
  • [de minderjarige3] , geboren [in] 2016, en
  • [de minderjarige4] , geboren [in] 2017.

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de rechtbank de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie met ingang van 11 juli 2024 bepaald op € 241,- per kind per maand, voor de toekomst telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
4.2
De man is met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De man verzoekt het hof om die beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de man met ingang van 9 juli 2024 geen kinderalimentatie (meer) aan de vrouw zal hoeven te betalen dan wel dat de door de man te betalen kinderalimentatie met ingang van 9 juli 2024 op nihil wordt gesteld dan wel op enig ander bedrag lager dan € 241,- per kind per maand, telkens bij vooruitbetaling voor de eerste van de maand aan de vrouw te voldoen, kosten rechtens.
4.3
De vrouw voert verweer. De vrouw vraagt het hof om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek in hoger beroep dan wel zijn verzoek af te wijzen dan wel een beslissing te nemen als het hof juist oordeelt.

5.De motivering van de beslissing

5.1
Uit het hiervoor genoemde journaalbericht van 26 maart 2025 en het
e-mailbericht van diezelfde datum leidt het hof af dat partijen het erover eens zijn dat de man onvoldoende draagkracht heeft om een bijdrage te leveren in de verzorging en de opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen en dat de beschikking van de rechtbank Overijssel van 19 augustus 2024 om die reden vernietigd dient te worden. Zij verzoeken het hof op die wijze te beslissen, naar het hof aanneemt na overeenkomstige aanpassing van hun verzoek en standpunt in hoger beroep.
5.2
Het hof is van oordeel dat het verzoek van partijen in overeenstemming is met de wettelijke maatstaven. Het verzoek kan worden toegewezen als hierna volgt.
5.3
het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren.

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo van 19 augustus 2024;
wijst het inleidende verzoek van de vrouw om ten laste van de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vast te stellen alsnog af;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Kuijpers, K. Mans en I.G.M.T. Weijers-van der Marck, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 3 april 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.