ECLI:NL:GHARL:2025:223
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen sanctie voor niet verzekerde bromfiets met matiging van boete
De betrokkene kreeg een sanctie van €370 opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van een verzekering voor een bromfiets op 6 december 2021. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond. De betrokkene, vertegenwoordigd door een gemachtigde, stelde dat de sanctie niet in verhouding stond tot de situatie, mede vanwege zijn financiële problemen en het feit dat de bromfiets niet meer in zijn bezit was.
De advocaat-generaal stelde voor de boete met 50% te matigen, rekening houdend met de bijzondere omstandigheden, waaronder het feit dat de betrokkene meerdere bromfietsen op zijn naam had en meerdere sancties had ontvangen. Het hof volgde dit standpunt en matigde de boete tot €185.
Het hof benadrukte dat de betrokkene als kentekenhouder verantwoordelijk is voor de verzekeringsplicht, ook als het voertuig niet meer in zijn bezit is. Daarnaast oordeelde het hof dat de proceskosten van het hoger beroep vergoed moeten worden, terwijl de kosten van het administratief beroep niet voor vergoeding in aanmerking komen.
Het gerechtshof vernietigde het vonnis van de kantonrechter, verklaarde het hoger beroep gedeeltelijk gegrond en matigde de sanctie. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van €1.133,75 aan de betrokkene.
Uitkomst: De sanctie voor het niet verzekeren van de bromfiets is gematigd tot €185 en het hoger beroep is gegrond verklaard.