Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Noord-Nederland van 30 januari 2024, betreffende
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze bestuursstrafzaak is de betrokkene door de kantonrechter veroordeeld tot een sanctie van €300,- wegens het niet verzekeren van een motorrijtuig. De sanctie werd gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn van berechting. De betrokkene verzocht om een proceskostenvergoeding, welke door de kantonrechter werd afgewezen vanwege procedurele tekortkomingen van de gemachtigde.
Het hof stelt vast dat de overschrijding van de redelijke termijn niet aan de betrokkene of diens gemachtigde kan worden toegerekend en dat de sanctiemaatregel daarom terecht is gematigd. De door de kantonrechter genoemde omstandigheden rondom de procedure kunnen niet als bijzondere omstandigheden worden beschouwd om een proceskostenvergoeding geheel te weigeren.
Het hof vernietigt daarom het besluit tot afwijzing van de proceskostenvergoeding en wijst deze toe, waarbij het bedrag van €680,25 wordt vastgesteld. De advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van deze kosten. De overige beslissingen van de kantonrechter blijven in stand.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe en veroordeelt de advocaat-generaal tot betaling van €680,25.