Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de meerderjarige]( [de meerderjarige] ),
[de vader](de vader),
[zus1]( [zus1] ),
[zus2]( [zus2] ),
[zus3]( [zus3] ),
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder verzocht bij de kantonrechter om bewind te laten instellen over de goederen van haar meerderjarige zoon, vanwege diens geestelijke en/of lichamelijke toestand, en benoeming van haarzelf tot bewindvoerder. De kantonrechter wees dit verzoek af. De moeder ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof stelde vast dat de meerderjarige zoon, geboren in 2006, een disharmonisch intelligentieprofiel heeft met een IQ tussen 82 en 97, en gediagnosticeerd is met ADHD. Hij is impulsief, beïnvloedbaar en heeft langdurig drugs gebruikt, wat hem kwetsbaar maakt voor financieel misbruik en schulden. Na de bestreden beschikking zijn meerdere bankrekeningen op zijn naam geopend zonder zijn medeweten, en is er een lopende vordering van circa €3.000,- tegen hem. Ook blijkt hij niet altijd in staat om financiële verplichtingen na te komen, waarbij de moeder soms bijspringt.
Op grond van artikel 1:431 lid 1 BW Pro oordeelt het hof dat de zoon vanwege zijn geestelijke toestand niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, zodat bewind noodzakelijk is. De moeder wordt als bewindvoerder benoemd, mede omdat zij zich al heeft ingezet voor de belangen van haar zoon en bereid is de financiën samen met hem te beheren. Het hof vernietigt de eerdere beschikking en stelt het bewind in met ingang van de dag na deze uitspraak.
Uitkomst: Het hof stelt bewind in over de goederen van de meerderjarige en benoemt de moeder tot bewindvoerder.