ECLI:NL:GHARL:2025:228

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 januari 2025
Publicatiedatum
20 januari 2025
Zaaknummer
Wahv 200.347.310/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wegenverkeerswet 1994Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Regeling verkeerslichten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor doorrijden bij rood verkeerslicht ondanks betwisting geeltijd en stopstreepafstand

De betrokkene werd een sanctie van €280 opgelegd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 6 juli 2023 op de N372 te Peize. Hij voerde aan dat de geeltijd van 4 seconden te kort was en dat de stopstreep te dicht bij het verkeerslicht stond, waardoor hij onterecht werd geflitst.

Het hof beoordeelde de aangeleverde foto’s en concludeerde dat de gedraging daadwerkelijk had plaatsgevonden. De geeltijd van 4 seconden voldeed aan de wettelijke normen en de stopstreepafstand was niet van toepassing omdat het hier om een toeritdoseringslicht ging. Adviezen van het CROW zijn niet bindend voor individuele weggebruikers.

Het hof overwoog dat bestuurders te allen tijde moeten anticiperen op verkeerslichten en tijdig kunnen stoppen. De betrokkene slaagde er niet in om aannemelijk te maken dat de sanctie onbillijk was. Daarom bevestigde het hof het vonnis van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €280 voor het doorrijden bij rood licht en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.347.310/01
CJIB-nummer
: 259287787
Uitspraak d.d.
: 20 januari 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordNederland van 8 augustus 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 juli 2023 om 17.48 uur op de N372 Groningerweg (kruising busbaan t.h.v. hmp 1,5) in Peize met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert aan dat op een 80 km weg een geeltijd van 5 seconden dient te worden aangehouden en niet 4 seconden zoals in deze zaak. Als de geeltijd 5,0 seconden was geweest dan zou de gedraging niet zijn verricht. Immers, uit de eerste foto volgt dat het verkeerslicht 0,5 seconde rood licht uitstraalde. Daar komt bij dat bij een verkeerslicht met mast aan de zijde van de rijbaan de stopstreep minimaal drie meter van de mast moet zijn geplaatst. Dat is hier maximaal twee meter, waardoor bij een snelheid van 22 km/u (= 6,11 m/s) dit de betrokkene ongeveer 0,2 seconde (1 m : 6,11 m/s) scheelt. De betrokkene is van mening dat hij in totaal 0,7 seconde te vroeg is geflitst. Bij een snelheid van 6,11 m/s gaat dit om een afstand van 4,27 meter (0,7 s × 6,11 m/s). Dit brengt mee dat in dat geval de stopstreep én het verkeerslicht al zouden zijn gepasseerd en de gedraging niet zou zijn verricht.
3. In het dossier bevinden zich de foto’s van de gedraging. Hierop is het voertuig van de betrokkene zichtbaar. Uit de eerste foto volgt dat het voertuig van de betrokkene zich met de voorzijde ter hoogte van de stopstreep bevindt. Het verkeerslicht straalt op dat moment 0,5 seconden rood licht uit. Op de tweede foto is te zien dat het voertuig verder is gereden en zowel het aan de rechterzijde van de rijbaan als het boven de rijbaan geplaatste verkeerslicht is gepasseerd. Op het moment van de tweede foto straalde het verkeerslicht 3,4 seconden rood licht uit. Onder beide foto's staat dat de geellichtfase 4,0 seconden en de snelheid van het voertuig 22 km/u bedroeg. Verder volgt uit beide foto’s dat aan de paal van de verkeerslichtinstallatie een digitaal informatiebord is bevestigd waarop in witte letters de mededeling ‶doseren ivm file wachttijd″ is weergegeven.
4. Vastgesteld kan worden dat de gedraging is verricht. Gelet op de aangevoerde gronden dient het hof te beoordelen of er omstandigheden zijn om te oordelen dat oplegging van de sanctie niet billijk is.
5. Het hof stelt voorop dat in het algemeen mag worden verwacht dat een bestuurder te allen tijde in staat is het voertuig tijdig en op verantwoorde wijze voor een verkeerslicht tot stilstand te brengen. Van een bestuurder mag men immers verwachten dat hij anticipeert op een verkeerslicht dat hij nadert en zijn snelheid zodanig aanpast dat hij tijdig kan stoppen. Als een driekleurig verkeerslicht geel licht uitstraalt, houdt dit in beginsel in dat moet worden gestopt, ongeacht de verwachting van de bestuurder met betrekking tot de tijd dat het verkeerslicht geel licht zal uitstralen. Slechts indien men op dat moment het verkeerslicht zo dicht genaderd is dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is, mag men doorrijden.
6. Voor zover de betrokkene met betrekking tot de minimale geeltijd en de minimale afstand tussen de stopstreep en het verkeerslicht doelt op de adviezen van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) en de Regeling verkeerslichten, gepubliceerd op 15 december 1997 in de Staatscourant 1997, nr. 245, overweegt het hof het volgende. Een individuele weggebruiker kan aan adviezen van het CROW, die niet dwingend zijn en zich slechts tot de wegbeheerder richten, op zichzelf geen rechten ontlenen. Bovendien betreffen deze slechts een aanbeveling, waarvan de wegbeheerder kan en mag afwijken. Dat een ruimere geeltijd wordt aanbevolen, betekent niet zonder meer dat het bij een kortere geeltijd niet meer mogelijk zou zijn om tijdig op verantwoorde wijze voor een rood uitstralend verkeerslicht te stoppen (zie bijvoorbeeld het arrest van dit hof van 29 april 2016, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2016:3482). De wegbeheerder weegt bij de vaststelling van de geeltijd verschillende belangen, omschreven in artikel 2 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, af (zie bijvoorbeeld het arrest van dit hof van 12 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3765). Gesteld noch gebleken is dat de geellichtfase van 4,0 seconden in deze zaak onvoldoende lang is geweest om het voertuig op een verantwoorde wijze voor het rode licht (voor de stopstreep) tot stilstand te brengen.
7. Verder wijst het hof erop dat uit voorschrift 21 van de Regeling verkeerslichten volgt dat de door de betrokkene genoemde eis, dat als zowel ter zijde van een rijstrook als boven die rijstrook een driekleurig verkeerslicht is geplaatst de afstand van de mast tot de daarvóór aangebrachte stopstreep voor het gemotoriseerde verkeer ten minste 3 meter bedraagt, niet van toepassing is op toeritdoseringslichten. Uit de foto’s van de gedraging volgt dat van een verkeerslicht voor het doseren van verkeer in deze zaak sprake is, zodat de betrokkene om die reden ook geen beroep op deze regeling kan doen.
8. Gelet op het voorgaande slagen de gronden van de betrokkene niet. De sanctie is in dit geval terecht opgelegd. Dit brengt mee dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen.
9. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van dit hof van 28 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 1 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1786).
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.