Verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken voor het primair tenlastegelegde feit en veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week voor het subsidiair tenlastegelegde feit. In hoger beroep handhaafde het hof deze uitspraak. De Hoge Raad vernietigde het arrest echter uitsluitend wat betreft de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde strafoplegging.
Tijdens de terechtzitting van 8 april 2025 heeft het hof het onderzoek hervat en de vordering van de advocaat-generaal tot oplegging van een taakstraf van dertig uren, subsidiair vijftien dagen hechtenis, overgenomen. De verdediging stemde hiermee in.
Het hof motiveerde de strafoplegging met het feit dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering van een personenauto, nadat een conflict met zijn werkgever over niet-betaald salaris was ontstaan. Verdachte toonde geen respect voor het eigendomsrecht van zijn werkgever en bracht financiële schade toe. Ook werd rekening gehouden met eerdere veroordelingen en persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De opgelegde straf is passend geacht gezien de aard en ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is begaan. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per dag voorarrest.