De zaak betreft het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Midden-Nederland waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan een gewelddadige beroving. Het hof bevestigt de bewezenverklaring en de toegewezen schadevergoedingen aan de benadeelde partijen, maar vernietigt de strafoplegging wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.
In het hoger beroep zijn nieuwe verweren van de verdediging besproken, waaronder de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen en telefoongegevens. Het hof acht de verklaringen van getuige 2 betrouwbaar en wijst de stellingen van de verdediging af. Het hof past enkele bewijsmiddelen aan en verbetert de weergave van verklaringen.
De strafoplegging wordt aangepast: de rechtbank legde twaalf maanden gevangenisstraf op, het hof vermindert deze tot elf maanden vanwege een termijnoverschrijding van tien maanden in hoger beroep. Verdachte krijgt aftrek van voorarrest. De schadevergoedingen aan de benadeelde partijen worden bevestigd, waarbij verdachte hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld voor de materiële en immateriële schade.