Uitspraak
1.[appellant1] , in zijn hoedanigheid van erfgenaam van [de erflaatster] ,
[appellante4],
de zussenen ieder afzonderlijk
[appellant1],
[appellante2] , [appellante3] en [appellante4],
[geïntimeerde],
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
De kern van de zaak
3.De feiten
“het woonhuis met verdere bedrijfsopstallen, ondergrond, erf en tuin, staande en gelegen aan [adres] te [woonplaats5] , kadastraal bekend als gemeente [de gemeente] , sektie P nummers 54 en 56, tezamen groot dertig hectare, drie en zestig are en zeven centiare”een tweede hypotheek- en pandrecht gevestigd met een hypothecaire inschrijving van € 800.000 inclusief rente en kosten, uit hoofde voor vorderingen wegens geleend geld, meerwaarde-clausule, rente, boeten en kosten. In de akte is ook bepaald (artikel 4) dat [geïntimeerde] het onderpand niet zonder toestemming van de zussen mag bezwaren met onder andere ‘verdere hypotheken’.