De minderjarige, geboren in 2023, staat onder toezicht en woont bij pleegouders sinds zijn geboorte. De kinderrechter heeft op 6 december 2024 de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 7 juni 2025 op verzoek van de gecertificeerde instelling (GI). De moeder is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan.
Het hof heeft de stukken bestudeerd en de zitting van 27 maart 2025 gehouden, waarbij de moeder, de GI, de vader en de pleegouders aanwezig waren. Het hof stelt vast dat de verlenging van de machtiging terecht is omdat de minderjarige nog niet thuis kan wonen. Er is onvoldoende zicht op de persoonlijke problematiek van de ouders, waaronder huiselijk geweld, drugsgebruik van de vader en opvoedvaardigheden.
Het hof benadrukt het belang van persoonlijkheidsonderzoeken van beide ouders en verwacht dat de GI een actieve rol speelt in het inzetten van onderzoeken en hulpverlening. De ouders hebben hun bereidheid tot medewerking aan deze onderzoeken uitgesproken. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de kinderrechter en wijst het beroep van de moeder af.