Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de vaststelling van kinderalimentatie centraal na de ontbinding van het geregistreerd partnerschap van de ouders. De rechtbank had bepaald dat de man €237 per kind per maand zou betalen vanaf 30 oktober 2023. De man ging in hoger beroep vanwege zijn draagkracht, met name over het inkomen en de woonlasten.
Het hof nam de behoefte van de kinderen als uitgangspunt en stelde vast dat de draagkracht van de vrouw €632 per maand bedraagt. Over de draagkracht van de man bestond verschil van inzicht, vooral over het belastbaar inkomen en de woonlasten. De man stelde een lager inkomen en hogere werkelijke woonlasten dan forfaitair gerekend.
Het hof besloot het belastbaar inkomen van de man op €40.836 per jaar vast te stellen en hield geen rekening met tijdelijke inkomensdalingen of de hogere inkomsten vanaf maart 2025 vanwege zijn verslavingsproblematiek. Vanwege bijzondere omstandigheden achtte het hof het gerechtvaardigd om af te wijken van het forfaitaire woonlastenstelsel en rekening te houden met de werkelijke woonlasten van €1.150 per maand.
Hierdoor werd de draagkracht van de man vastgesteld op €261 per maand vanaf 1 maart 2024. Het hof vernietigde het eerdere besluit voor het deel vanaf die datum en bepaalde dat de man €130,50 per kind per maand moet betalen. De eerdere vaststelling blijft van kracht tot 1 maart 2024. De proceskosten in hoger beroep worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vanaf 1 maart 2024 vastgesteld op €130,50 per kind per maand, met bekrachtiging van de eerdere beschikking tot die datum.