Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen beschikkingen van de kinderrechter inzake ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in Nederland in 2022. De moeder en vader hebben de Bulgaarse nationaliteit en wisselden verblijf tussen Nederland en Duitsland. De moeder betwistte de bevoegdheid van de Nederlandse rechter omdat de gewone verblijfplaats van het kind volgens haar in Duitsland is.
De kinderrechter had voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bevolen vanwege ernstige bedreigingen voor de ontwikkeling van het kind, met spoedmaatregelen gegrond op acute noodsituaties. Het hof oordeelde dat deze voorlopige maatregelen rechtmatig waren, gezien de omstandigheden zoals het slechte gebit van het kind, de beperkte zorgcapaciteit van de moeder en het risico op vlucht naar het buitenland.
Voor de definitieve ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing stelde het hof vast dat de gewone verblijfplaats van het kind op het moment van het verzoek in Duitsland was, mede gelet op inschrijvingen, zorgrelaties, sociale voorzieningen en familiebanden. Hierdoor was de Nederlandse rechter onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek. De beschikking van 20 januari 2025 werd bekrachtigd, maar die van 13 februari 2025 vernietigd wegens onbevoegdheid.
Uitkomst: De voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing worden bekrachtigd, maar de definitieve beschikking wordt vernietigd wegens onbevoegdheid Nederlandse rechter.