ECLI:NL:GHARL:2025:2743

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 mei 2025
Publicatiedatum
6 mei 2025
Zaaknummer
Wahv 200.349.602/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenAanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing kantonrechter inzake ongewenste cumulatie administratieve sancties verkeersvoorschriften

De betrokkene kreeg bij inleidende beschikking een sanctie van €190 opgelegd voor het zich links van een doorgetrokken streep bevinden op de Vondelstraat in ’s-Gravenhage op 29 juni 2023 om 22:19 uur. De betrokkene werd tijdens een staandehouding geconfronteerd met vier sancties opgelegd door een ambtenaar. Eén sanctie werd later vernietigd omdat deze betrekking had op een gedraging die niet onder dezelfde gebeurtenis viel.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat sprake was van ongewenste cumulatie van sancties, strijdig met de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven en overtredingen. Het hof stelde vast dat drie gedragingen tijdens één gebeurtenis waren verricht en daarvoor terecht drie sancties werden opgelegd. De vierde gedraging vond plaats ongeveer een half uur later en viel niet onder dezelfde gebeurtenis.

Het hof concludeerde dat de ambtenaar niet in strijd met de Aanwijzing had gehandeld en dat het beroep van de betrokkene ongegrond was. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd eveneens afgewezen. Hiermee bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter.

Uitkomst: Het hof bevestigt dat drie sancties terecht zijn opgelegd en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.349.602/01
CJIB-nummer
: 259046539
Uitspraak d.d.
: 6 mei 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 13 november 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 190,- voor:
“R617c - als bestuurder zich links van doorgetrokken streep bevinden (streep tussen verkeer in beide richtingen)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 29 juni 2023 om 22:19 uur op de Vondelstraat in ʼs-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat er sprake is van ongewenste cumulatie, want de ambtenaar heeft de betrokkene vier sancties opgelegd. Dat één sanctie later is vernietigd, doet daar niet aan af. Het hof begrijpt het standpunt van de gemachtigde aldus dat is gehandeld in strijd met de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen (hierna: de Aanwijzing).
3. Op basis van de gegevens in het dossier kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Dit is ook niet door de gemachtigde van de betrokkene betwist.

Una-via beginsel

4. In de Aanwijzing is het volgende opgenomen:
“1. Afdoening overeenkomstig de richtlijn
Feitgecodeerde zaken worden door de opsporingsinstantie of het OM afgedaan overeenkomstig de Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen.
Om ongewenste cumulatie van sancties te voorkomen wordt per gebeurtenis aan de betrokkene/verdachte voor ten hoogste drie overtredingen een administratieve sanctie opgelegd, een strafbeschikking uitgevaardigd of een proces-verbaal opgemaakt.
Indien, bijvoorbeeld bij het volgen van een voertuig, meerdere overtredingen kort na elkaar worden geconstateerd, wordt eveneens voor ten hoogste drie overtredingen een sanctie opgelegd of een strafbeschikking uitgevaardigd. Als het wenselijk is dat alle overtredingen worden benoemd dan moet worden afgezien van de administratiefrechtelijke weg of het uitvaardigen van een strafbeschikking en moet het rijgedrag van de bestuurder en de door hem gepleegde overtredingen worden vastgelegd in een proces-verbaal.
2. Uitgangspunt: Afdoening via één traject
“Als geconstateerd is dat een persoon op een bepaald moment meerdere overtredingen heeft begaan, wordt aan betrokkene/verdachte een administratieve sanctie opgelegd, óf wordt tegen hem een strafbeschikking uitgevaardigd óf proces-verbaal opgemaakt. Afdoening langs één traject is het uitgangspunt om verwarring van procedures te voorkomen. Als wel de strafrechtelijke en de administratiefrechtelijke weg worden bewandeld, moet daarvan in het proces-verbaal zo concreet mogelijk melding worden gemaakt. Van deze mogelijkheid mag slechts in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik worden gemaakt.”
5. Uit de stukken in het dossier blijkt het volgende. De onderhavige gedraging is verricht op 29 juni 2023 om 22:19 uur. De betrokkene is door de ambtenaar staande gehouden en deze heeft voor de gedragingen met feitcodes R602 en R315a een sanctie opgelegd. De pleegtijden van deze gedragingen waren, zo volgt uit de zich in het dossier bevindende zaakoverzichten, 22:19 uur en 22:20 uur. Vervolgens is er nog een sanctie opgelegd voor de gedraging met feitcode R315a. Deze beschikking is door de officier van justitie vernietigd nadat de gemachtigde heeft aangevoerd dat er twee beschikkingen voor dezelfde gedraging waren opgelegd. Het pleegtijdstip van de laatste beschikking is 22:45 uur. Gelet op het hiervoor onder overweging 4. overwogene, kan het volgende worden vastgesteld. De ambtenaar heeft de betrokkene tijdens de staandehouding voor drie gedragingen, die tijdens één gebeurtenis zijn verricht, een sanctie opgelegd. De vernietigde sanctie voor een gedraging die een half uur later is verricht, valt niet meer onder dezelfde gebeurtenis als die waarin de overige drie gedragingen zijn geconstateerd. Dat de ambtenaar zich in de tijd zou hebben vergist en dat deze gedraging ook tegelijkertijd met de andere gedragingen is verricht, zoals de gemachtigde nog heeft gesteld, is het hof niet gebleken. De ambtenaar heeft in dit geval dan ook niet in strijd met de Aanwijzing gehandeld.
6. Gelet op het voorgaande slaagt de grond van de gemachtigde niet. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Aanleiding voor een proceskostenveroordeling is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.