ECLI:NL:GHARL:2025:2797

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 mei 2025
Publicatiedatum
7 mei 2025
Zaaknummer
Wahv 200.348.747/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod bij bestuursstrafrechtelijke sanctie

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een bestuursstrafrechtelijke sanctie onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had de sanctie aanvankelijk vastgesteld op €180,-, maar corrigeerde dit later naar €75,- in een herstelbeslissing wegens een evidente vergissing.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat het appelverbod niet van toepassing was omdat de sanctie was verhoogd van €100,- naar €180,- en dat de kantonrechter niet bevoegd was om de sanctie te verhogen. Het hof oordeelde echter dat de herstelbeslissing geen tweede eindbeslissing was, maar slechts een correctie van een kennelijke misslag.

Omdat het sanctiebedrag na herstel €75,- bedroeg, wat lager is dan de drempel van €110,- voor hoger beroep, verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Het arrest werd op 7 mei 2025 uitgesproken door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het appelverbod; proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.348.747/01
CJIB-nummer
: 241015205
Uitspraak d.d.
: 7 mei 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 6 november 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie vastgesteld op een bedrag van €180,-. Bij herstelbeslissing is dit gecorrigeerd in € 75,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 46,88.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Artikel 14 van Pro de Wahv - zoals die bepaling luidt per 1 januari 2023 - bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 110,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld en de betrokkene de juistheid van die beslissing in hoger beroep betwist.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het appelverbod niet van toepassing is. De betrokkene heeft hoger beroep moeten instellen, nu de kantonrechter de sanctie heeft verhoogd van € 100,- naar € 180,-. De kantonrechter heeft niet de bevoegdheid om een sanctie te verhogen. Hangende het hoger beroep heeft de kantonrechter zijn beslissing hersteld. De kantonrechter kan maar éénmaal een eindbeslissing nemen. Daarom is de betrokkene wel ontvankelijk.
3. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,-. De kantonrechter heeft overwogen dat het sanctiebedrag dient te worden gematigd met 25 procent. In het dictum van de beslissing is het bedrag van de sanctie gesteld op € 180,-. Bij herstelbeslissing van 16 december 2024 heeft de kantonrechter overwogen dat sprake is van een evident onjuiste beslissing en in het belang van een juiste executie wordt de kennelijke misslag in het dictum hersteld. Het bedrag van de sanctie wordt in het dictum vastgesteld op € 75,-.
4. Met de herstelbeslissing heeft de kantonrechter, anders dan de gemachtigde stelt, niet een tweede eindbeslissing genomen, maar een evidente vergissing hersteld. Het hof gaat daarom ook uit van het bedrag van € 75,- als het sanctiebedrag zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wahv. Dit bedrag is niet hoger dan € 110,-. Daarom zal het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.