Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
mr. G. Meijer, en de advocaat van de benadeelde partij, mr. L.H. Poortman-de Boer, naar voren is gebracht.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor mishandeling van aangeefster op 21 juli 2023, waarbij hij haar zou hebben laten struikelen, in een wurggreep gehouden en meerdere malen in het gezicht geslagen. De rechtbank legde een gevangenisstraf van vier weken op, waarvan twee voorwaardelijk, en kende een schadevergoeding toe aan de benadeelde partij.
In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis. Het hof stelt vast dat het bewijs onvoldoende overtuigend is. De bodycambeelden tonen geen eenduidige mishandeling, getuigenverklaringen zijn beperkt en het letsel van aangeefster kan ook door een val zijn ontstaan. De verdachte ontkent mishandeling.
Daarom spreekt het hof de verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. Omdat de mishandeling niet is bewezen, wordt de schadevordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 9 mei 2025.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling wegens onvoldoende overtuigend bewijs en de schadevordering wordt afgewezen.