Betrokkene is veroordeeld voor meermalen gepleegde oplichting in verband met het aanvragen en ontvangen van kinderopvangtoeslag via een gastouderbureau. Het hof onderzocht het wederrechtelijk verkregen voordeel dat betrokkene uit deze strafbare feiten heeft behaald.
Uit het dossier blijkt dat betrokkene en zijn mededaders toeslagen hebben aangevraagd voor kosten die niet zijn gemaakt, en dat betrokkene via het gastouderbureau bemiddelingskosten in rekening bracht. Het hof concludeert dat het voordeel niet gelijkgesteld kan worden aan de totale opbrengsten van het gastouderbureau minus kosten, omdat betrokkene slechts de bedragen die daadwerkelijk van de zakelijke rekening naar zijn privérekening zijn overgemaakt als voordeel kan worden toegerekend.
Na een uitgebreide financiële analyse stelt het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €155.127,08. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn in de procedure wordt de betalingsverplichting verminderd met €5.000, waardoor betrokkene een bedrag van €150.127,- moet betalen aan de Staat.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en doet opnieuw recht, waarbij het arrest op 14 mei 2025 is uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.