De gemeente Deventer organiseerde een Europese openbare aanbesteding voor de inhuur van personeel via een intermediair, met als doel een raamovereenkomst met één opdrachtnemer te sluiten. [Appellante] was het niet eens met de beoordelingsmethodiek en vorderde bij de voorzieningenrechter opschorting en aanpassing van de procedure, maar deze vorderingen werden afgewezen. De opdracht werd definitief gegund aan Flextender.
[Appellante] stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de voorzieningenrechter. Flextender verzocht in dit hoger beroep om tussenkomst of voeging, omdat zij belang heeft bij het behoud van de gegunde opdracht en mogelijk andere procesbelangen heeft dan de gemeente.
Het hof oordeelde dat Flextender voldoende belang heeft bij tussenkomst omdat zij nadelige gevolgen kan ondervinden van de uitspraak in de hoofdzaak. Er zijn geen procesorde-eisen die tussenkomst in de weg staan. Daarom werd Flextender toegelaten als tussenkomende partij. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot het eindarrest. De hoofdzaak is verwezen naar een rolzitting voor verdere processtukken.