ECLI:NL:GHARL:2025:3105

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 mei 2025
Publicatiedatum
21 mei 2025
Zaaknummer
200.353.567
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 262 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in strafzaak

In een strafzaak bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de meervoudige strafkamer. Het verzoek was voorwaardelijk en betrof de situatie dat de bezwaren van de verdachte niet als een bezwaarschrift zouden worden aangemerkt.

Tijdens de mondelinge behandeling op 14 april 2025 werd het wrakingsverzoek ingediend, waarna de behandeling werd geschorst. Zowel de rechters als de verdachte maakten geen gebruik van de mogelijkheid om gehoord te worden. Het verzoek werd tijdig ingediend en ontvankelijk verklaard.

De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet kon slagen omdat de feiten of omstandigheden waarop het verzoek was gebaseerd zich nog niet hadden voorgedaan. Daarom werd het verzoek afgewezen. De beslissing werd op 19 mei 2025 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit J. Hielkema, R.E. Weening en M.A.F. Veenstra.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is afgewezen wegens het ontbreken van een actuele wrakingsgrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
wrakingskamer
zaaknummer gerechtshof W200.353.567/01
beslissing van 19 mei 2025
op het verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in het wrakingsincident
hierna:
de verzoeker,
dat strekt tot wraking ingevolge artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
mrs. E. de Witt, voorzitter, J.J. Beswerda en O. Anjewierden,
raadsheren in dit hof, locatie Leeuwarden.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Bij de afdeling strafrecht van het hof is onder parketnummer 21-001399-24 een procedure aanhangig waarin de verzoeker verdachte is.
1.2.
Op 14 april 2025 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden voor de (economische) meervoudige strafkamer van dit hof. Op de strafzitting waren aanwezig de verzoeker en de advocaat-generaal. De verzoeker heeft tijdens de strafzitting mrs. De Witt, Beswerda en Anjewierden gewraakt. De voorzitter heeft hierop de behandeling van de zaak geschorst. Het van deze mondelinge behandeling opgemaakte proces-verbaal bevindt zich bij de stukken.
1.3.
Mrs. De Witt, Beswerda en Anjewierden hebben niet in de wraking berust. Bij verweerschrift van 29 april 2025 heeft mr. De Witt (mede namens mrs. Beswerda en Anjewierden) op het wrakingsverzoek gereageerd. Zij hebben verder aangegeven geen gebruik te willen maken van de gelegenheid om gehoord te worden.
1.4.
Bij brief van 2 april 2025 heeft de verzoeker medegedeeld dat zijn wrakingsverzoek voorwaardelijk is, in die zin dat als de door de verzoeker in zijn pleitnota geformuleerde bezwaren alsnog worden aangemerkt als een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 262 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr), het verzoek tot wraking als ingetrokken kan worden beschouwd. De verzoeker heeft in deze brief verder aangegeven geen gebruik te willen maken van de gelegenheid om gehoord te worden.
1.5.
Het wrakingsverzoek is ter zitting van 8 mei 2025 behandeld door de wrakingskamer. Verzoeker en mrs. De Witt, Beswerda en Anjewierden zijn bij deze behandeling, zoals aangekondigd, niet verschenen. Ook de advocaat-generaal is niet verschenen.

2.De beoordeling van het verzoek

De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.
De wrakingskamer acht het verzoek tijdig ingediend en acht de verzoeker ook overigens ontvankelijk.
Het standpunt van verweerders
2.2.
Mrs. De Witt, Beswerda en Anjewierden hebben geconcludeerd tot afwijzing van het wrakingsverzoek.
De inhoudelijke beoordeling van het verzoek
2.3.
Uit voornoemde brief van 2 april 2025 begrijpt de wrakingskamer dat het verzoek uitsluitend ziet op de situatie dat het hof de bezwaren van de verzoeker zoals beschreven in de overgelegde pleitnota niet, of niet tijdig, aanmerkt als een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 262 Sr Pro. Nu op dat verzoek (nog) niet is beslist - en de feiten of omstandigheden waarop de wrakingsgrond berust, zich dus ook (nog) niet hebben voorgedaan - kan het wrakingsverzoek niet slagen.
2.4.
De conclusie uit het voorgaande is dat het wrakingsverzoek wordt afgewezen.

3.3. De beslissing

Het gerechtshof (wrakingskamer):
wijst het verzoek tot wraking van mrs. De Witt, Beswerda en Anjewierden af.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J. Hielkema, R.E. Weening en M.A.F. Veenstra, leden van de wrakingskamer, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2025.